Drie dagen dromen naar Santa Isabel

dromen

boten

In Manaus liggen veel boten, in het regenwoud zijn nauwelijks wegen, het water is de weg.

dagmanaus

Het was nacht bij vertrek. Op een boot in een hangmat slapen met zicht op elkaar, de inktzwarte nacht of, overdag, de oevers van het woud.

hangmatten

hangmatmeisje

Er is niet echt een maximum aantal pasagiers op de boot. Over op en langs elkaar hangen de lijven. Lichamen van heel jong en heel oud, man en vrouw, wakend en slapend. Doorwegend in hangmatten van allerlei kleuren, deinend in een boot die een lange tocht aflegt over een watermassa die van het begin der tijden lijkt te komen. Zo stil is het water, alsof het nog niet helemaal goed wakker is en alles nog meemaken moet. De diepten van de zeeën en het geweld van de branding tegen de rotsen zijn voor later. Hier glijdt het nog woordeloos voorbij, wekenlang kijkend naar de kleur groen. En wij gaan stroomopwaarts over die stilte langs dat groen. Wanneer de boot ergens zal aanmeren, wordt steeds bij benadering gezegd, dat hangt af van de zandbanken en de wisselende dieptes van de rivier. Maar het gestage geluid van de motor gaat de klok rond en elke ochtend is er koffie.

tweedeboot

Onderaan vanachter is de keuken met twee oerdegelijke koks die heel de dag in de weer zijn en moppen tappen en al de resten voor de vissen smijten. Er zijn net half zoveel borden als mensen, maar driedubbel zoveel eten. Na een tijd wachten en aanschuiven en kauwen, kan niemand nog een voet verzetten door de overdaad. Dat komt goed uit, want je kan toch geen voet verzetten. Dus siësta. Op de bovendek wordt ook, via sateliet, duchtig televisie gekeken.

dek

En naar links of rechts kijken. Na twee dagen lijkt het wel alsof de wereld alleen nog uit stil water en de kleur groen bestaat. En bijna elke oever houdt ergens op en plooit zich terug op een eiland. De breedte van de rivier laat zich alleen op een kaart vermoeden. Heel lang is er niets, bijvoorbeeld tussen koffie en middagbord, en dan zie je twee paalwoningen en een bootje en dan weer niets tot de boot ergens aanmeert aan een oever met een kerktoren en wat huizen om mensen, kisten en zakken uit te wisselen.

bootenbos

bootje

barcelos

gezonken

Drie dagen slapen, kijken en dromen. Na die drie dagen kwamen we toe in Santa Isabel. Onooglijke hoofdstad van de provincie. Stad van een handjevol blanken in sleutelposities, zoals eigenaar van winkel, burgervader of schooldirectrice. Een paar duizend caboclos, de mengeling van blanken en indianen met enkele hectoliters Afrikaans slavenbloed. Een plaats met een kerk, een schooltje, een administratief centrum, een enorm gebouw van de paters Salezianen, de politie, wat winkels met hoge prijzen want bijna alles moet van ver aangevoerd worden, wat cafés met duizenden volle, halfvolle en tot de laatste druppel geleegde flessen cachaça, de plaatselijke spotgoedkope sterke drank, mensen met koppen om ogenblikkelijk een carrière als portretschilder op te starten, bij valavond een strandje om te hangen, te voetballen, te zwemmen en te versieren, wat straalbezopen snurkende lichamen, bootjes, woonboten en andere voorwerpen behorend tot de familie van de woonbootachtigen, een houten sloep vol water en een triljoen muggen.

santa isabel

Tomais kwam mij oppikken en we voeren stroomopwaarts op een zijrivier van de Rio Negro, de Rio Maraua tot vlakbij de grens van het enorme reservaat van de Yanomami-indianen.

tomais

Daar kon ik dit afgelegen huis (met boeken) aan de Rio Maraua twee weken bewonen.

huis

Comments are closed.