Contra las represas!

Halsoverkop ben ik vorige week met de bus van de Hondurese delegatie met vertegenwoordig(st)ers van sociale bewegingen, waaronder Copinh, naar het derde Latijnsamerikaanse Forum tegen stuwdammen vertrokken. La tercera Reunión de la Red Latinoamericana contra las Represas y por los Ríos, sus Comunidades y el Agua.

groep

Dat forum ging door in een wijk van Cubulca, in Baja Verapaz, Guatemala. Er waren delegaties uit alle landen van Centraal-Amerika en verder ook uit Argentina, Brazilia, Chili, Ecuador, Colombia en Paraguay. Zo’n 450 mensen in totaal. In heel Latijns-Amerika worden immers stuwdammen gebouwd en staan er nog honderden nieuwe projecten op stapel.

De plaats van de ontmoeting is bewust gekozen. De nieuwe wijk waar het evenement doorging wordt bewoond door mensen die hun grond hebben moeten verlaten voor de bloedige aanleg van de stuwdam Chixoy.

In 1976 kwamen regeringsvertegenwoordigers per helicopter toe in Rio Negro, een dorp waarvan de overblijfselen nu op de bodem van een stuwmeer liggen. De keurige stropdassen kwamen melden dat Rio Negro binnenkort diep onder een nieuwe waterspiegel zou komen te liggen. De bewoners van Rio Negro en van andere dorpen hadden hier natuurlijk geen oren naar en weigerden te vertrekken. In de jaren daarop verdween af en toe iemand uit het dorp om nooit meer terug te komen. Maar toen deze strategie ook geen vruchten afwierp, werden in 1982 73 mannen en vrouwen uit Rio Negro onder valse voorwendselen naar Xococ gelokt, een buurdorp van Rio Negro. Ze werden er koelbloedig gemarteld en vermoord door paramilitaire groepen en het leger. Eén vrouw wist te ontsnappen en vluchtte naar Rio Negro. Ze vertelde het verhaal en de vrouwen van Rio Negro besloten bij de kinderen te blijven, terwijl de mannen de bergen in vluchtten. Ze dachten dat het leger vooral de mannen zou zoeken en niet zo raken aan vrouwen en kinderen. Als het leger enkele dagen later, samen met paramilitaire groepen, toekwam in Rio Negro en ze geen mannen aantroffen, werden er uit wraak 70 vrouwen verkracht en vermoord en 107 kinderen lieten het leven. En paar maand later werden in het dorp Agua Fría nog eens 92 mensen vermoord en het hele dorp werd platgebrand.

foto's doden

Deze drie dorpen waren slechts een klein deel van de ongeveer 440 dorpen die in Guatemala in de periode van de militaire dictatuur werden verrast door de techniek van de verschroeide aarde. Er zijn vandaag zo’n 42.275 slachtoffers geregistreerd; 23.671 hiervan standrechtelijk geëxecuteerd, 6.159 met geweld ontvoerd. 83% van de geïdentificeerde slachtoffers waren Maya’s, de overige 17% Ladino’s. Er zijn natuurlijk nog heel veel niet-geregistreerde slachtoffers. Men schat dat het aantal doden en vermisten het getal 200.000 ruimschoots overschrijdt. 93% van de onderzochte schendingen zijn op rekening van leger en konsoorten te schrijven. 3% op naam van verzet, de overige 4% is onduidelijk. Dit zijn de cijfers die jaren later officieel werden naar buiten gebracht door het eindrapport van de Commissie voor de Historische Opheldering (CEH; in de volksmond: de Waarheidscommissie).
De meest getroffen gebieden waren : Quiché, Huehuetenango, Chimaltenango, Alta en Baja Verapaz, gebieden met overwegend Maya’s. Het leger beschouwde alle Maya-indigenas zonder onderscheid als bondgenoten van het gewapende verzet en door ze al dan niet willekeurig uit te roeien, dacht men zich verzekerd van de meest effectieve manier om de steun aan de guerrilla-groeperingen droog te leggen.

spandoek

Maar natuurlijk sloeg men bij het uitroeien van de bewoners van Rio Negro twee vliegen in één klap. Zo kon men zonder lastige bewoners beginnen met de aanleg van het stuwmeer. De bouw van de stuwdam werd bekostigd door de Wereldbank en de Banco Interamericano de Desarrollo (BID). En de volgende bedrijven hielpen met de constructie en weigeren tot op de dag van vandaag elke verantwoordelijkheid op te nemen : de Italiaanse onderneming Gogefar (volgens getuigen werden hun voertuigen gebruikt tijdens de moordpartijen), het Duitse consortium Lahmeyer International (LAMI) en Hochtief, het Zwitserse bedrijf Motor Columbus and Swissboring en de toenmalige International Engineering Company (nu Morrison-Knudsen) uit de Verenigde Staten. Volgens deze bedrijven, en volgens de Guatemalteekse regering, woonden er officieel geen mensen op het grondgebied van het toekomstige stuwmeer, alhoewel er minstens 1500 mensen moesten verplaatst worden, waarvan vandaag wordt aangenomen dat 25% van hen werd vermoord. Tot op de dag van vandaag ontvingen de overlevenden geen enkele schadevergoeding en daarenboven profiteren de omliggende dorpen van het stuwmeer nog altijd niet van de electriciteit die wordt opgewekt. Meer hierover lees je in dit artikel van CIEPAC en algemene interessante informatie vind je op de website van het IRN (International Rivers Network).

Het forum tegen stuwdammen ging op deze plaats door omdat er vandaag nog heel veel nieuwe stuwdammen op stapel staan in heel Latijns-Amerika met de verplichte verhuizing van duizenden mensen tot gevolg. Alleen al in Brazilië zijn er al 2000 grote en kleine stuwdammen gebouwd, met de verhuizing van ongeveer 1 miljoen mensen tot gevolg (ongeveer 0,5% van de totale bevolking) en het onderlopen van ongeveer 4000 vierkante kilometer. Daarenboven komt de electriciteit doorgaans nooit ten goede aan de bewoners, integendeel, de stuwdammen, doorgaans gepland in regio’s met rijke ondergrond en veel biodiversiteit zullen dienen of dienen al als energiebronnen voor grote mijnbedrijven of grootschalige toeristische projecten. Daarenboven valt ook waar te nemen dat in of in de buurt van deze regio’s dikwijls militaire basissen worden gebouwd. Men windt er geen doekjes om. In het kader van een dolgeslagen kapitalisme en een steeds grotere petroleumcrisis, is de strijd om water en electriciteit allang geopend…

Het is dan ook niet verbazend dat er hier door vele sociale bewegingen ondertussen hard gewerkt wordt aan een netwerk van verzet tegen stuwdammen. Men spreekt hier trouwens niet alleen meer van tegenhouden, maar ook van afbreken. Eén van de voorstellen die ik hoorde tijdens de ontmoeting, is het uitkiezen van één stuwdam in Latijns-Amerika en die met sociale bewegingen uit alle verschillende landen af te breken. Als symbool en eerste stap. Er werd zelfs gezwaaid met technische studies over hoe je aan zo’n ontmanteling begint.

verzet uit de Peten

Maar voor het ogenblik werd besloten om op 14 maart te beginnen met een Latijnsamerikaanse electriciteitsstaking. Dat in alle landen de leden van sociale bewegingen één dag geen electriciteit gebruiken. Er viel trouwens veel aandacht te bespeuren voor kleinschalige en duurzame energiebronnen op maat van de gemeenschappen en vele bewegingen hebben door dat, als ze tegen stuwdammen willen strijden, ze ook op zoek moeten naar alternatieven.
Die 14 maart zou dan ook de lancering zijn van een grootschalige campagne tegen de twee Spaanse bedrijven Endesa en Union Fenosa, die twee van de hele grote krachten zijn achter de constructie van al die nieuwe stuwdammen. Ze zijn actief in ongeveer alle landen van Latijns-Amerika. In Chili bijvoorbeeld zou Endesa, volgens een vertegenwoordiger van een platform aldaar, 90% van al de waterbronnen in handen hebben.
Voor de rest was er op het forum nog veel aandacht voor een betere onderlinge communicatie, een betere communicatie naar buitenuit en een betere opleiding voor militanten.

Die militanten kwamen trouwens uit alle hoeken gekropen, van priesters uit El Salvador, over communisten uit Brazilië tot een Mapuche uit Patagonië. Eén van de priesters merkte tijdens de koffie en met een mond vol koekjes op dat de enige plaats zonder water de hel is, waarop Louis, ook wel rasta genaamd en komende uit Sambo Creek, een Garifuna-gemeenschap aan de kust van Honduras, opmerkte dat er dan toch wel bier zou zijn, wat van de hemel niet gezegd kan worden. Daar moesten Nili Lee, de Mapuche, samen met een Braziliaan en ik heel hard om lachen, terwijl een delegatie uit Guatemala verbaasd de adem inhield voor de mogelijke toorn van God.

En tenslotte bezochten we natuurlijk ook het stuwmeer. De vrachtwagens werden op een vroege ochtend volgeladen, klaar voor het hossen en het slippen en het door stofwolken en rivieren rijden.

salvador

camion

Het meer is meer dan 40 kilometer lang, heel diep, maar redelijk smal. Toch zijn er verschillende dorpen zo goed als afgesneden van de buitenwereld. Maar hier en daar kreeg men een gift van één of andere NGO en bouwde men een brug. Maar zoals je kan zien, zijn het niet echt bruggen die een lang leven beschoren zijn, erover lopen is best wel een avontuurtje. Ze slaan van links naar rechts en de gaten tussen de planken zijn af en toe flink veel groter dan de planken zelf.

brug

We legden met een zwerm kleine bootjes een paar kilometer af en dan was het, op een vlakke oever, tijd voor een Maya-ceremonie om de zon te bedanken en om de strijd tegen stuwdammen te beschermen. Met een Guatemalteek, doña Pascualita die met onze bus meekwam uit Intibuca, en de Mapuche, die zoals zijn voorouders riep dat er voor elk van ons die valt, 10 nieuwe strijd(st)ers zullen opstaan. Nu maar hopen dat hij gelijk heeft…

guatemalteek

doña pascualita

mapuche

Op de terugweg van het forum gingen we ‘s morgens, na een nachtelijke bustocht, nog zwemmen in Omoa, aan de Caraïbische kust van Honduras. Dat lucht op. Louis Rasta vertelde me daar, samen almaar verder zwemmend, hoe hij vissend in zijn bootje voor de kust van Sambo Creek al te nieuwsgierige haaien verslaat. Door ze met een zware stok keihard op hun neus te kloppen. Daar worden ze wat dizzy van. Haaien, bromde Louis in een prachtig Engels-Creools taaltje, hebben maar één zwak punt en dat is hun neus. En dat vonden we plots allebei, hij ook, wel een goed moment om te beginnen aan een terugtocht die na een tijdje op een wedstrijd begon te lijken. Ondertussen bleef doña Pascualita met haar vriendin tussen onze kleren maar vanalles fezelen dat wij niet mochten weten. Waarschijnlijk geheime dingen over de zon.

fezelen

Comments are closed.