Oventic, 19 junio

weg oventic

“Botchil, Botchil!” Dat is het geluid dat je moet zoeken om in Oventic te geraken. Het dorp Botchil ligt nog wat verder en is de eindhalte van één van de vele collectivo’s (kleine busjes) die je overal rond kunnen brengen. Als je er tenminste tegen kunt om op kleine baantjes met haarspeldbochten razendsnel door de bergen te brommen. Als je als eerste in het busje komt te zitten, moet je een beetje geduld hebben. Je moet wachten tot het vol is en dat kan wel een uurtje duren. Maar ondertussen zie je de kleuren van de markt, de muren, de mensen en de bergen, en daar geraak je niet gauw op uitgekeken.
Na een uurtje rijden kom je in Oventic.
Ik was de enige die eruit moest. Aan de Entrada wacht een man me op. Twee of drie koppen kleiner, ik voel me hier geregeld een reus. “Passaporte por favor”. Ik geef het. Kijken. Wachten. Komt weer buiten. “Por que vienes?” “Por el centro de lenguas”. “Bien”. Binnen. Buiten. “Bien, tienes que hablar con la junta de bien gobierno”. Knikt. “Es por aca”. Wijst naar beneden de heuvel af.

Als ik de heuvel afwandel over de weg die in ’96 door de Zapatisten (dus door de handen van Indigenas uit de hele omtrek) is aangelegd, wandel ik langs een kliniek in zelfbeheer en langs alle tienda’s en collectieve plaatsen die dienen als het hart van de politieke, culturele en economische zelforganisatie van de Zapatisten in Los Altos. Tot ik voor de gesloten deur van de junta sta. Een man met een hoed en een rode doek voor z’n gezicht doet de deur open, ik zie alleen zijn ogen. Hij zegt me te wachten. Deur weer dicht. Weer open. Ik wil naar binnen gaan, maar hij houdt me tegen, wacht op één of ander signaal van binnen en gaat dan opzij. Een klein halfduister lokaaltje met een paar banken waarop wat mensen zitten. Ik krijg een lege plaats toegewezen. Aan een tafel zitten drie gemaskerde mannen. Op een bank ernaast twee gemaskerde vrouwen. Eén van de twee slaapt zichtbaar en de andere kijkt me even aan met een lodderoog en gaat dan op haar beurt verder met knikkebollen. Er wordt gepraat tot uiteindelijk de hele zaal opstaat en buitengaat. Ik zit alleen en leg in mijn beste Spaans uit dat ik kom om Spaans te leren in het talencentrum. Ze vragen mijn aanbevelingsbrief. Ok. Ze schrijven een nieuwe aanbevelingsbrief en houden de oude. De nieuwe heeft een stempel met “La Junta de Bien Gobierno, Corazon Centrico de los Zapatistas delante del Mundo”. Ze kijken me woordeloos aan en ik neem aan dat ik kan vertrekken.

Het talencentrum ligt nog verder naar beneden, in de put van de vallei. Daar wordt ik opgewacht door iemand van het lerarenkorps die me opnieuw mijn aanbevelingsbrief vraagt. Ik geef degene ik net kreeg. Hij verdwijnt en komt terug om te zeggen dat hij ook de oude wil zien. Tja… Gelukkig heb ik een copie. Een uurtje later zit ik op een houten plank waar ik kan slapen. Er zijn nog twee Amerikaansen. De lessen zullen de volgende dag beginnen. Dit kleine talencentrum dat Spaans en Tzotzil geeft, staat haar inkomsten af aan de Zapatistische school die ernaast ligt.

graffiti school

school oventic

Kinderen en jongeren van dorpen ver uit de omtrek kunnen hier zo op internaat komen. Hun eten en het salaris van de leraren wordt door de werking van het talencentrum vergoed.

We komen de avond door met boeken en gepraat. Een bar moet je bij de Zapatisten niet zoeken, alcohol is er ten strengste verboden.

One Response to “Oventic, 19 junio”

  1. mirjam says:

    Hey! Wat een leuk verhaal! Interessant om zo een andere cultuur te ontdekken! Veel plezier nog!
    groetjes, Mirjam