Archive for April, 2006

Rara Souvenans

Monday, April 24th, 2006

rara6

Een beetje beelden zonder woorden… en buiten de beelden vielen er nog mensen op de grond, in trance, omdat een loa, een soort geest, bezit van ze nam.
We waren in Souvenans, een van de grote voudouplaatsen in Haiti. Met hieronder de boom waarlangs de loa’s naar beneden glijden tijdens de ceremonie.

heilige boom

rara6

rara1

rara3

rara2

rara4

rara7

rara5

Rara

Tuesday, April 11th, 2006

De geschiedenis loopt over straat. Haiti is Afrika in Centraal-Amerika met gebruiken uit Benin, Ivoorkust, Kongo, Nigeria en andere streken aan de andere kant van de Atlantische Oceaan, waarover ooit de schepen van de slavenhandelaren voeren. Slavenboten die meestal meer dan de helft van hun “koopwaar” voor de haaien gooiden wegens “voortijdig bederf”. De overlevenden namen, samen met een grote angst voor de zee, hun cultuur mee.

rara

Onder een straatlamp die aan en uit gaat, op een hoek van twee duistere straten, klinkt repetitieve muziek met uitbundig gezang. De hitte koelt af terwijl het almaar donkerder wordt en er warme regen op de zwetenden valt. Mensen die in de stofmodder dansen op het ritme van de tamboers. Dit is een Rara, een voudoudans die als een uitzinnige dansfanfare door de straten trekt, hier en daar halt houdt, en een hoop volgelingen van een voudoupriester mee op sleeptouw neemt. Onder de lamp die stilaan sterft, valt steeds meer regen tot een enorme kleurige paraplu openplooit en boven de hoofden meehost. Rond de groep bewegen dansers in een omtrekkende beweging met stokken die ze in de lucht houden en tegen elkaar kletsen, als om elkaar te begroeten. De maat wordt aangegeven door de dans. De lichamen schudden de billen in het ritme voor de tamboers.

“He blan, ou renmen gade sa?”
Hei witte, kijk je daar graag naar?

lavout

Op een andere dag uit de bergen naar beneden rijden, van hoog boven de baai van Jakmel, op een aftandse moto. Na een bezoek aan moedige Julie die daar in een klein ziekenhuis wroet. Spijtig genoeg samen met missiezusters (uit Europa als ze wat ouder zijn, uit Afrika als ze wat jonger zijn) die weigeren condooms uit te delen in een land waar AIDS een groot probleem is. Dodelijke liefdadigheid met voorbedachte rade. Daarna in de avondzon op de moto stuivend met Frans Samedi, die elke dag hoog in Lavout de biljetjes van de Borlet gaat ophalen, dat is de plaatselijke lotto. Aangestaard en uitgewuifd door honderden hopende ogen die hun investering op een bepaald nummer willen verzilveren in een vijftigvoudige winst…

“Bonswa Frans, bonswa blan!”
“Dag Frans, salut witte!”

Blanke of witte is hier een alledaags woord en neger evenzeer. Yon ti neg (een kleine neger) is de ondergeschikte van yon gwo neg (een grote neger). Neger is hier eigenlijk bijna synoniem voor moun (mens). En kinderen dat zijn hier “kleine mensen” (ti moun). Negerblanken bestaan ook, dat zijn blanken die al lang in Haiti wonen, ofwel blanken zonder geld… En blanke negers bestaan ook, dat zijn de zwarte of bruine soldaten die deel uitmaken van de Minustah, de VN-missie in Haiti…

Kay nou

Monday, April 3rd, 2006

ester

Kay nou, dat is Ons huis in Jacmel. En Ester is voor een maand onze gastvrouwe. En buikpijn krijg je volgens haar alleen maar als je niet genoeg eet en veel te veel praat, want dan krijg je door al dat ijl gepraat gas in je maag en gas in je maag geeft krampen. Met haar neef gingen we naar het voetbal kijken. Thuisploeg Jakmel tegen de hoofstad Potoprens. Het publiek stormde tot drie keer het plein op. Twee keer uit vreugde en de derde keer om de spelers van Jacmel te helpen die van Potoprens enthousiast in puin te slaan. De zijstreep van het veld werd bewaakt door gewapende agenten, maar die muizen er in dergelijk geval blijkbaar gemakkelijk stilletjes onderuit…
En later zijn we nog heel snelsnel voorbij een voudoutempel gelopen, want er was niemand en dan zwerven de geesten vrij rond en dan moet je er niet blijven hangen als je geen dodelijke ziekte wil oplopen. Zeggen ze.

Ayiti

Saturday, April 1st, 2006

haven

Ayiti dat is Haiti. De zwarte slavenbevolking kwam lang geleden in opstand en Ayiti werd 26 jaar voor Belgenland een feit. In 1804 vochten de Haitianen zichzelf vrij. Een vrijheid die spijtig genoeg nog altijd aan handen en voeten gebonden in een vergeten hoekje ligt. Een week geleden kwamen we toe in de hoofdstad Potoprens. Dat is Port-au-Prince en nu zijn we in Jakmel. Oude lege koloniale huizen in straten met stof en verblindend zonlicht aan de blauwte van de Caraiben.

balkon

Ooit werd in de haven katoen, koffie en cacao verhandeld, nu wordt er alleen nog maar cement ingevoerd.

plein jacmel

Een oude man pist in de straat van ons balkon murmelend in de goot. Binnensmonds en wij leren Creools. Emmanuel zegt ons : “Li fou”. De man is zot. Hij was kolonel in het Haitiaans leger dat niet meer bestaat, en nu praat hij wartaal. De mensen zijn vriendelijk tegen hem. Paske li fou, omdat hij van lotje getikt is. Oude gekken zijn ongevaarlijk en iedereen, behalve wij en een paar dokters uit Cuba, is hier pikzwart, nogal zwart of donkerbruin, gelooft in voudou en is mooi en elegant en ook nog eens keurig gekleed. Het is niet omdat je af en toe over afval loopt dat je hemd niet moet gestreken zijn.

zondag slaapdag

Belgica

Saturday, April 1st, 2006

noordzee

Belgica is een klein land aan de Noordzee, met vier seizoenen, voornamelijk bevolkt door ondernemende blanken, alhoewel er de laatste tijd onder vele tafels nogal wat migratie uit het zuiden toestroomt. Kleine kruimeldieven, zegt men. Belgica mag ook een geschiedenis tot haar rijkdom rekenen, is tot onafhankelijkheid gedwongen in 1830 en heeft toen een koning cadeau gekregen. Die houdt van alle Belgicanen evenveel, vooral met kerstmis. Ook regent het af en toe zuur in Belgica en de mensen hebben er veel auto’s, drie landstalen en houden zielsveel van bouwen, alhoewel het grondgebied klein is.

strand

Tenslotte zijn er ook heel veel varkens en lege kerken, een vreemd ding in Brussel met blinkende ballen en hier en daar een oude boomgaard. De holle wegen daarentegen zijn het bijna afgebold, de ooit zo kriepende karrewielen hangen dood aan de al te talrijke villagevels en het vierarmenkruispunt is nog steeds verstopt. Laatst waren we er even, de kust was vrij, koud maar zonnig met een middeldrukgebied, we voelden er ons thuis.

strand