Archive for December, 2005

Op weg naar Trinidad

Monday, December 5th, 2005

nummerdrie

De meest memorabele busrit die ik tot nu toe mocht meemaken. Ik had het geluk nog een van de laatste bussen te kunnen nemen van aan de grens, midden in het Amazonegebied, tussen Bolivia en Brazilië, tot aan Trinidad, de hoofdstad van de provincie Beni, Bolivia. Een van de laatste bussen, want het regenseizoen staat voor de deur. Vierenveertig uur heb ik onafgebroken op die bus gezeten. Vierenveertig uur met veel te lange benen in de hitte met de Sympathieke Braziliaan Die Driekwart Van Twee Zetels Innam. Alleen zat ik natuurlijk net op die tweede zetel. De weg was een grote modderpoel aan het worden en de bus slipte bij momenten meer dan hij reed. Vierenveertig uur waarin je eigenlijk geen oog dichtdoet. En dan, net voor het einde, moesten we per veerpont nog een rivier over. De derde al. En toen liep het fout. Een andere bus, eentje met vijf sterren, stak vast, vervolgens ook nog een loodzware vrachtwagen.

busvast

Binnen de korste keren stonden er honderden mensen geblokkeerd bij valavond, op het ultieme moment dat de muggen zich opperbest voelen. Acht uur gewacht en gestoken, tot in het midden van de nacht, als eindelijk onze bus kon oversteken. En dan viel de motor van de veerpont in panne. Nog twee uurtjes sleutelen. En toen stak onze bus over, en toen, voor ik het wist, zat die bus vol met mensen die daar nooit hadden gezeten, maar die ook naar huis wilden. En moest ik me erbij proppen. Als Sympatieke Belg Die Nog Niet Een Vierde Van Een Zetel Inneemt. En een uur later slippen, moesten we nog een rivier over, maar de veerman was er niet, en zonder veerman steek je met een bus geen snelstromende rivier over. Dus toen moesten we met honderddrieëndertig slapen in een bus van vijftig zitplaatsen. En toen ben ik gewoon in slaap gevallen met mijn hoofd ergens tussen twee buiken onder een elleboog. En een hele tijd later, tegen het ochtendlicht, vond iemand de veerman. Hallo veerman! Hoe gaat die? We moeten over.
En toen stak die veerman rustig een sigaret op en bracht ons over. ‘s Morgens, een uurtje later, waren we in Trinidad. En vandaag, twee dagen later, ben ik in Santa Cruz toegekomen en praatte ik gewassen en goed uitgerust over de komende verkiezingen van 18 december met een man die me de strijd uit de doeken deed tussen de neoliberale Tuto en de socialistisch-communistische ex-cocalero Evo Morales en die me tot slot zegt dat Paceña goed bier is, maar dat dat andere bier van Bolivia, Ducal, alleen maar goed is om je voeten mee te wassen. In Santa Cruz zijn de mensen over het algemeen heel erg tegen Evo Morales, en daarenboven af en toe openlijk racistisch ten opzichte van de bergbevolking. Meer hierover vind je hier op de website van Noticias.

December in Brazilië

Sunday, December 4th, 2005

Denken aan iets. Of aan niets. Dat noemt men een ogenblik. Iets wat de hersenen op nog geen fractie van een seconde met de ogen inblikken. En soms is dat nog minder dan niets. Minstens een keer per dag. Er gaat dan ook geen dag voorbij of er gaat een dag voorbij. Dan wordt er ook altijd wel ergens wat goede orde verstoord. De dag voor eergisteren bijvoorbeeld. Een eerder kalme dag. In de ochtend zag ik nog de eenvoud en fruit en was er het geluid van een vlieg.

stilleven uit de amazone

Maar wat later op de middag was er eerst die boom die plots begon te zingen, uit volle korst, terwijl alleen een aap het opmerkte. Vervolgens die computer die aangestoken werd door een moordvirus, om vervolgens alles te vergeten en dan ook maar probeerde te zingen, maar iemand had de boxen al meegenomen. Dan die auto die zich opeens, in het midden van een dagdroom, zo sterk aangetrokken voelde tot een andere wagen, dat hij zich erin wou verliezen en ertegenaan beukte tot hun beider ingewanden bebloed op de weg lagen. Auto’s kunnen geen normaal verliefde blik uitwisselen. Tenslotte was er een postbode die op hogere leeftijd zelf begon te schrijven, en eigenhandig zwierige letters tekende om ze vanaf de dag voor eergisteren anoniem af te leveren bij huizen die doorgaans rekeningen aantrekken. Verhalen over deurwaarders die ook al begonnen te zingen. En toen was het hek helemaal van de dam. Een vrouw die plots, met een vreemd licht in haar ogen haar betweterige – jaja, dat zullen we nog wel eens zien – zetelbewoner verliet en binnen twee jaar een kind hebben zal van een zeeman met wie ze van tijd tot tijd bidt tot de maagd Maria en, stapeldronken van zijn zilte adem, een kroeg opent in een havenstad van West-Afrika. En er was een president die zich opeens niets meer herinnerde en varkens begon te kweken op het geërfde stukje grond van grootmoeder zaliger. Zeker iemand die daar binnenkort een bekroonde documentaire over maakt, getiteld “Onze president regeert over varkens”. Ook nog een oude man die verhalen begon te vertellen in een vliegtuig boven de Amazone, gebeurtenissen van 500 jaar geleden die niemand nog gelooft. Iemand die luisterde. Een televisiekanaal dat de dag voor eergisteren de verkiezingen verloor en daarna van deur tot deur zeep begon te verkopen. Een visser die tussen twee oorlogsbodems het gouden halssnoer van zijn overleden vrouw opviste en bij thuiskomst zijn vrouw aantrof die zwijgend drie soldaten in de soep draaide. Een jongen die glorieus gezakt is voor zeven vakken en drieduizendhonderdtweeënvijftig dagdromen. Iemand die plots aan niets dacht. Een boodschappenlijstje dat altijd maar langer werd, een winkelkarretje dat alleen maar naar links draaide en een kassierster die zichzelf in superpromotie op de band legde. Een zak zand (100% Rein Zand) die hooghartig weigerde zich te vermengen met ordinaire cement PPZ30. Een vogel die heel belangrijke en gewichtige papieren wist te pikken en daar een luchtig maar warm nestje mee bouwde. Een wetenschapper die de dag voor eergisteren op hogere leeftijd nog een kind wilde, maar daar geen argumenten meer voor vond. Een oorlog die weigerde uit te breken alhoewel, volgens de generaals, alle omstandigheden aanwezig waren. Iemand die dat onderzocht en zo in de soep van de overleden vrouw van de visser belandde. Een orkaan die de sloppenwijk het plaatselijke winkelcentrum binnenblies, zodat enkele overlevenden gevonden werden tussen het kinderspeelgoed en dadelijk door de politie ingerekend werden op verdenking van plundering.

Je kan het zo gek niet bedenken of het gebeurt. Je kan het zo gek niet bedenken of je kan het ergens tegen het lijf lopen. In Porto Velho, een stad in het zuiden van Braziliaanse amazonegebied, kwam ik op weg naar Bolivia een sneeuwman tegen, helemaal opgetrokken uit plastieken flessen. Een gevaarte van wel acht of negen meter hoog, bloedheet blinkend in de zomer van het zuidelijk halfrond.

sneeuwflessen

Stel je voor dat je dat moet uitleggen aan een buitenaards wezen dat net geland is in Porto Velho en met wie je kan communiceren omdat haar taalje toevallig heel dicht tegen het Brussels uit de Marollen aanleunt.
Ze stelt zich voor als Goedaardig Buitenaards Wezen en jij stelt je voor als Goedaardige Reizende Belg.
Ze wilt van je weten of de enorme sneeuwman een afgodsbeeld is.
Je zegt nee. En ze vraagt natuurlijk wat het dan wel is.

Je zegt. Luister. Dit is een sneeuwpop. Sneeuw is bevroren water in ijskristallen gevormd hoog in de atmosfeer die bij winterweer op de aarde vallen en daar soms blijven liggen. Alles is dan wit. Hier in Brazilië is geen sneeuw, maar in het noorden wel en kinderen rollen daar soms sneeuw op grote ballen en maken dan sneeuwpoppen met een wortel als neus. De sneeuwpop is dus typisch voor de maand december, want dan is het winter in Europa. Maar ze zetten hem hier ook in december in Brazilië, waar ze lege flessen gebruiken omdat het hier dus nooit sneeuwt, omdat ze er ook Kerstmis vieren en Kerstmis is een religieus feest dat haar wortels heeft meer dan 2000 jaar geleden, niet toevallig aan het begin van onze tijdrekening, de christelijke tijdrekening, in een land genaamd Palestina, nog zo’n land zonder sneeuw, of Israël, ook al geen sneeuw, er is daar al jaren een bezetting aan de gang, aan de Middellandse Zee, waar Jezus geboren werd, die door velen beschouwd wordt als de zoon van God, en later is het herdenkingsfeest van zijn geboorte, ook het feest van het licht genaamd, want de dagen beginnen dan in Europa weer te lengen, weliswaar niet in Brazilië, is dat feest dus veel in Europa gevierd, vooral in Europa gevierd, en dat viel daar dan samen met het moment waarop kinderen sneeuwpoppen kunnen maken, en dus later als de Europeanen, tussen alle andere continenten door, ook bloeddorstig Zuid-Amerika veroverd hebben, en miljoenen mensen over de kling hebben gejaagd, en goud zochten, en zilver, en rubber, en al het land inpalmden, en mekaar afmaakten, hebben ze, naast een hele hoop ziektes, ook kerstmis meegenomen en veel later ook dingen als coca-cola en de sneeuwman. Dus maken ze hier nu om kerstmis te vieren in de hete maand december sneeuwmannen van lege coca-cola flessen. Omdat die gratis zijn als ze leeg zijn, zoals sneeuw als die valt. Zoiets. Het toppunt van kolonisatie. Dat zeg je dan. En je vraagt je dan af of dat Goedaards Buitenaardig Wezen er iets van begrepen heeft.

Maar ze kijkt nogal scheel. Kunde gij da nie nog ne keer repeteren, manneke? Je zegt. Allé, bon, het is een afgodsbeeld. Ze knikt. Da haddekik welal gedoecht, kadeeke. Zegt ze tevreden. En ze krabbelt driftig in haar notitieschriftje in de lijst van “Primitieve Afgoderij Planeet Aarde”.

Grote Man,
Lege Flessen genaamd Coca-Cola,
Sneeuw,
Europa.

Het WeidsWaterWoud

Saturday, December 3rd, 2005

rio negro

Ik heb een heel mooie reis gehad in het regenwoud. Groen, groen, groen en groen. Het is groenig in het oerwoud en het groeit. Het is doodstil en je hoort een blad vallen en dan plots is er een hoop opwinding en je weet niet van wat. Een westerse stedeling weet nooit van wat in het oerwoud. Je weet niet waar de vissen zwemmen, waar de noten vallen of de tapirs drinken. Je moet gewoon bij in de boot stappen en volgen wie voor je loopt. Een geweer hoef je gelukkig niet vast te nemen. Het is immers niet nodig om per ongeluk de gids neer te leggen.

op tocht

boom

op jacht

Ik bevond me op de Rio Maraua naast het enorme reservaat van de Yanomami. De laatste groep der inheemse volkeren van het regenwoud die in contact kwamen met de “beschaving”. Het reservaat is werkelijk enorm en sterkt zich uit tot in Venezuela. Het is gecreëerd in de jaren ’90, officieel om een halt toe te roepen aan de goudzoekers en de vernieling van het regenwoud en ter bescherming van de cultuur en de leefwereld van de Yanomami. Niemand kan het reservaat zomaar in.
Vroeger woonden de Yanomami diep in het woud, maar ze vestigden zich druppelsgewijs aan de rivieren. Voornamelijk daar naartoe gelokt door de missionarissen die geen zin hadden om een missiepost in het midden van de jungle op te zetten. Door nieuwsgierigheid, geschenken en onderlinge vetes zakten een aantal groepen af tot heel dicht tegen Santa Isabel, aan de rand van het reservaat. Bicho Acu is de gemeenschap die aan de rand van het reservaat ligt en die ik kon bezoeken met de aangename bemiddeling van Anne, een francaise die al jaren in de regio woont, Octavio, Yanomami en haar vriend, en Casiano, Yanomami en mijn excellente en aangename gids gedurende mijn verblijf. Alledrie wonen ze in Bicho Acu.

De Yanomami leefden vroeger nomadisch in groepen van een aantal families in het oerwoud, waarbij ze om de zoveel tijd een nieuwe nederzetting opbouwden. Een nederzetting in een cirkel, een soort afdak met in het midden een open plaats. Ze leefden tot voor kort (twee generaties geleden) uitsluitend als jagers-verzamelaars. Het is nog maar recent, sinds ze aan de rivieren wonen, dat ze volop zijn beginnen vissen. Voor de rest hebben ze nu ook een aantal maniokplantages.
De Yanomami snuiven nog steeds Parica, het geestverruimende gruis van de vrucht van een boom of de schors van een andere boom. Het wordt krachtig in je neus geblazen en het pikt en je ogen tranen en je gaat ervan hallucineren bij grotere hoeveelheden. Je gaat er, naar het schijnt, een andere wereld zien, bevolkt door geesten. Zeggen ze. Soms rent er iemand, na snuiven, zomaar wildverloren het woud in om er zich letterlijk en figuurlijk te verliezen. Zei men me. Maar tegenwoordig neemt de destructievere drugs alcohol meer en meer terrein in, alhoewel de Yanomami officieel niet mogen drinken. Maar ja, verboden vruchten smaken veel beter dan de andere vruchten. Maar dat alcohol desastreus is voor vele inheemse volkeren heb ik in Centraal-Amerika duidelijk gezien.
Ik nam maar een beetje van die Parica, door Octavio in elk van mijn neusgaten geblazen. Even een licht gevoel in mijn hoofd, dat was alles. Maar ik wou dan ook maar een heel klein beetje. Casiano daarentegen nam vele handenvol die hem een tijdje “onklaar” maakten.

bicho açu

parica

Reservaten poetsen het imago van Brazilië op voor binnen- en buitenlandse strijders voor het regenwoud, de linkerlong van planeet aarde, en de rechten van de inheemse volkeren. Maar er horen wel wat kanttekeningen bij. De Yanomami zijn geen “eigenaars” van het reservaat. Ze hebben het “vruchtgebruik van de oppervlakte”. Alles wat eronder zit is en blijft eigendom van de Braziliaanse staat. En er zit heel veel onder. Voor Brazilië is het een stevige appel voor de dorst. Daarenboven kunnen door het afdwingen van het reservaat de individuele goudzoekers geweerd worden, waardoor de rijke reserves aanwezig blijven. En net zoals Mexico ook enorme stukken grond aan een klein groepje indigenas toevertrouwde, schenkt zo’n overeenkomst aan de Braziliaanse staat een makkelijke taart om later aan te snijden. Ze moeten immers enkel onderhandelen met een groep indigenas waarvan ze de cultuur zo goed beschermen dat die grotendeels ongeletterd of onwetend blijven. De Yanomami mogen immers het reservaat niet uit zonder speciale toestemming en worden dus opgesloten als kostbare kasplantjes. Hun gronden worden een beetje hun gevangenis in een wereld die ze niet beter mogen leren kennen. En dat dit een volkomen paternalistische houding is, behoeft geen verdere uitleg. Alsof cultuur stilstand en isolatie zou zijn en negatie van ieder contact en uitwisseling.
De Braziliaanse NGO die zich bezig houdt met de Yanomami zou spijtig genoeg geen projecten hebben om de Yanomami weerbaarder te maken ten overstaan van toekomstige problemen. Hun fondsen worden, volgens Casiano en Octavio, vooral vertaald in eigen werkingskosten en de bouw van een grotere zetel in Santa Isabel.

meisje

haraku

Wat dan weer wel toegestaan is, is een economische hulp (bijvoorbeeld van een kandidaat net voor de verkiezingen), waarbij de Yanomami steeds afhankelijker worden van giften en hun vroegere solidaire samenlevingsverbanden verdwijnen. Men droomt van een televisie en maakt indruk op elkaar met bijvoorbeeld horloges. Maar wie heeft er nu een klok nodig om te gaan vissen? Moesten ze nu nog tenminste langer kunnen studeren… Cynische situatie.
En in de dorpen verder van Santa Isabel wordt een gevangen tapir nog altijd verdeeld onder alle bewoners, terwijl de jagers van Bicho Acu het vlees van de tapir gaan verkopen in Santa Isabel en het geld voor zichzelf houden en uitgeven aan luxe-producten.

uitzicht

waterval

vissen

De tijd die ik met Octavio, Casiano en Anne doorbracht, was heel leerrijk en aangenaam. En het oerwoud is adembenemend. Na enkele dagen had ik al het gevoel dat Manaus vijf melkwegstelsels verder lag, om van België nog maar te zwijgen.
Ik heb ook een piranha gevangen, dat kan ik niet verzwijgen. Je moet een kleinere gevangen vis aan een grote haak hangen en die zo ver mogelijk vanop een of andere steen in de rivier in een stroomversnelling smijten en dan de lijn weer naar je toetrekken. En opnieuw en nog eens. Als er piranha zit, zal die vroeg of laat bijten. Nooit gedacht dat ik dat nog eens zou doen. Heel lekkere vis.

piranha en haraku

laguna

vreemd huis

eten

Hier en daar in de jungle zijn resten van koloniale bouwwerken te vinden, al dan niet gretig overwoekerd door het groen. Hieronder een toren aan de Rio Negro die ooit als controlepost zou gediend hebben voor de rubbervrachten. Vroeger was rubber het belangrijkste exportproduct van Brazilië. Tot de Engelsen zaden van de rubberboom konden buitensmokkelen en succesvolle plantages begonnen in Maleisië. De rijkdom van het Braziliaanse rubber storte in elkaar en de Portugese handelaars moesten zich op andere zaken toeleggen.
We bezochten ook een eiland waarop een leeg oud koloniaal huis staat en achterin tussen de bomen ligt een eenzaam scheefgezakt graf. Deze Portugees woonde er alleen en zijn resten liggen er alleen. Er was tijdens ons bezoek een opzichter van het eiland en het huis aanwezig (dat blijkbaar beschouwd wordt als cultureel erfgoed) die ons vertelde dat ‘s nachts, als hij in zijn huisje verderop in zijn bed ligt, de geest van de handelaar weer in het koloniale huis rondzwerft. En dat je dan het geld hoort klinken, zijn verzamelde geld dat hij elke nacht verbeten opnieuw telt. Klingkling, klingkling.

overwoekerde portugezen

En in het regenwoud, op de zwijgzame Rio Negro, zie je alles dubbel, zoals die dubbelgevouwen verfpapieren uit de papschool, maar dan in het adembenemende echt.

spiegel3

spiegel1

spiegel2

Tijdens langere gesprekken, moest ik horen dat de grootvader van Octavio, een Yanomami, en de vader van Tomais, een caboclo, elkaar nog bloedig bevochten hebben met wederzijdse wraakacties. Hun kinderen gaan nu al samen vissen, maar het zijn de caboclos die op langere termijn de strijd gewonnen hebben. Ze kijken dikwijls neer op de inheemse volkeren (zoals de blanken op hun beurt neerkijken op de caboclos), en langzaam maar zeker wordt de kennis van deze laatsten hun leefwereld vervangen door televisie en alcohol.

Ik hoop dat de Yanomami zich ooit zullen kunnen verenigen, zoals de inheemse volkeren in Mexico, Guatemala en Honduras dat doen in hun strijd tegen wilde mijnbouw en de diefstal van hun gronden.

strand

avond

Drie dagen dromen naar Santa Isabel

Saturday, December 3rd, 2005

dromen

boten

In Manaus liggen veel boten, in het regenwoud zijn nauwelijks wegen, het water is de weg.

dagmanaus

Het was nacht bij vertrek. Op een boot in een hangmat slapen met zicht op elkaar, de inktzwarte nacht of, overdag, de oevers van het woud.

hangmatten

hangmatmeisje

Er is niet echt een maximum aantal pasagiers op de boot. Over op en langs elkaar hangen de lijven. Lichamen van heel jong en heel oud, man en vrouw, wakend en slapend. Doorwegend in hangmatten van allerlei kleuren, deinend in een boot die een lange tocht aflegt over een watermassa die van het begin der tijden lijkt te komen. Zo stil is het water, alsof het nog niet helemaal goed wakker is en alles nog meemaken moet. De diepten van de zeeën en het geweld van de branding tegen de rotsen zijn voor later. Hier glijdt het nog woordeloos voorbij, wekenlang kijkend naar de kleur groen. En wij gaan stroomopwaarts over die stilte langs dat groen. Wanneer de boot ergens zal aanmeren, wordt steeds bij benadering gezegd, dat hangt af van de zandbanken en de wisselende dieptes van de rivier. Maar het gestage geluid van de motor gaat de klok rond en elke ochtend is er koffie.

tweedeboot

Onderaan vanachter is de keuken met twee oerdegelijke koks die heel de dag in de weer zijn en moppen tappen en al de resten voor de vissen smijten. Er zijn net half zoveel borden als mensen, maar driedubbel zoveel eten. Na een tijd wachten en aanschuiven en kauwen, kan niemand nog een voet verzetten door de overdaad. Dat komt goed uit, want je kan toch geen voet verzetten. Dus siësta. Op de bovendek wordt ook, via sateliet, duchtig televisie gekeken.

dek

En naar links of rechts kijken. Na twee dagen lijkt het wel alsof de wereld alleen nog uit stil water en de kleur groen bestaat. En bijna elke oever houdt ergens op en plooit zich terug op een eiland. De breedte van de rivier laat zich alleen op een kaart vermoeden. Heel lang is er niets, bijvoorbeeld tussen koffie en middagbord, en dan zie je twee paalwoningen en een bootje en dan weer niets tot de boot ergens aanmeert aan een oever met een kerktoren en wat huizen om mensen, kisten en zakken uit te wisselen.

bootenbos

bootje

barcelos

gezonken

Drie dagen slapen, kijken en dromen. Na die drie dagen kwamen we toe in Santa Isabel. Onooglijke hoofdstad van de provincie. Stad van een handjevol blanken in sleutelposities, zoals eigenaar van winkel, burgervader of schooldirectrice. Een paar duizend caboclos, de mengeling van blanken en indianen met enkele hectoliters Afrikaans slavenbloed. Een plaats met een kerk, een schooltje, een administratief centrum, een enorm gebouw van de paters Salezianen, de politie, wat winkels met hoge prijzen want bijna alles moet van ver aangevoerd worden, wat cafés met duizenden volle, halfvolle en tot de laatste druppel geleegde flessen cachaça, de plaatselijke spotgoedkope sterke drank, mensen met koppen om ogenblikkelijk een carrière als portretschilder op te starten, bij valavond een strandje om te hangen, te voetballen, te zwemmen en te versieren, wat straalbezopen snurkende lichamen, bootjes, woonboten en andere voorwerpen behorend tot de familie van de woonbootachtigen, een houten sloep vol water en een triljoen muggen.

santa isabel

Tomais kwam mij oppikken en we voeren stroomopwaarts op een zijrivier van de Rio Negro, de Rio Maraua tot vlakbij de grens van het enorme reservaat van de Yanomami-indianen.

tomais

Daar kon ik dit afgelegen huis (met boeken) aan de Rio Maraua twee weken bewonen.

huis

Manaus

Saturday, December 3rd, 2005

brussel

Manaus lijkt soms op Brussel, zeker bij regenweer. Diezelfde uitgekiende zorg voor verhoudingen en contrastwerking, voor evenwicht tussen grijs blinken en kleurrijk verdrinken, voor mooie rommel. Maar Brussel ligt natuurlijk niet aan de Rio Negro, in het hartje van het Amazonewoud, en heeft ook geen paalwoningen of vlottende kaaien.

brussel2

‘s Avonds in de haven hangt de geur van aangevoerd vers fruit en vis en het licht glijdt langzaam wegdeemsterend over boten en kaaien. Terrasjes worden gevuld met dikke blote buiken die daarom nog met moeite kunnen biljarten en hangen de haventerrasjes er vol met schoonheden die wel weer erg wulps zijn. Een dikke Duitser vertrouwde me toe dat in Brazilië alles een beetje met prostitutie te maken heeft. “De meisjes hebben graag een cadeautje, versta je?” Even later geraakte ik aan de klap met een schoonheid die zo’n cadeautje wou en vroeg ik of ze aan het werken waren of gewoon, vrijdagavond, aan het uitgaan waren. Naïevelingen komen zo wel eens wat te weten. Het antwoord was : “Alletwee tegelijk, mi amor, er is een groot schip toegekomen, met veel toeristen uit Europa, en dan is er veel werk en dus is het feest”. En inderdaad, in de haven lag een grote cruise die de Amazone opvoer vanuit Belem. Een schip Europese mannen. De Braziliaanse mannen op het terrasje waren pooiers die, na wat beter kijken, langs de kant subtiele aanwijzingen gaven aan de meisjes. Linkslinks, die man rechts, wenkend als volleerde prostitutieregisseurs. Opeens vielen de kleuren weg, werd de muziek hol en het bier lauw. Als een theater waarbij het decor instort.

haven

markt

paalwoningen