Archive for November, 2005

Caracas – Ciudad Bolivar

Monday, November 7th, 2005

venster

Enige bericht uit Venezuela. Als je uit Centraal-Amerika komt, een andere wereld. De mensen zijn flink veel groter, in de straten wandelen alle huidskleuren en het centrum van Caracas staat vol met blitse gebouwen die de wolken proberen te krabben. Maar ik ben onderweg naar het Amazonegebied, Manaus, dus de tijd ontbreekt me om me onder te dompelen in de leefwereld van Venezuela. Ik kan alleen maar wat kleine dingetjes schrijven die ik meemaak of lees in die paar dagen.

caracas1

Ik kan niets schrijven over de Bolivariaanse revolutie, want twee dagen Caracas geven geen spreekrecht. De muren staan vol met de slogan “Ahora Venezuela es de Todos”, maar de Venezuelaanse kranten zijn hier overduidelijk in handen van de rijke rechtse oppositie. Ik las er wel drie om de berichtgeving over de toestand in de banlieues van Frankrijk en vooral de top van de Amerika’s in Mar Del Plata te volgen. De Top is mooi mislukt, hier een artikel van Globalinfo met meer links.

In al die Venezuelaanse kranten en in hun opiniestukken, wordt Chavez afgeschilderd als “een dinosaurus”, “een clown”, “een vazal van die andere aap Fidel Castro”, “een dictator”, “een relikwie uit het verleden die de bevolking niet vertegenwoordigt”, “een Stalinist die niet wil begrijpen dat de vrije markt de énige mogelijkheid is om de armoede te bestrijden”. En van Maradonna, die ook aanwezig was op de tegentop en die er Chavez flankeerde, schrijft men hier dat “zijn verstand in zijn voeten zit, maar spijtig genoeg niet hoger komt dan zijn enkels”. En links in het algemeen is sinds de Val van de Muur “tot niet meer in staat dan het roepen van slogans en het vernielen van McDonalds”. Geweld is de taal van hen die geen argumenten meer hebben, zeggen de rijke stropdassen. Links is dom populisme en geweld. En Chavez is het ergste wat Venezuela en Latijns-Amerika kan overkomen. We zijn beschaamd met zo’n president. Gelukkig, zegt rechts, zijn er nog mensen als Vincente Fox, de president van Mexico, die koelbloedig de ALCA blijven verdedigen. En kijk maar naar de Europese Unie! Die doen toch ook voort met hun éénmaking en de Euro staat sterk.

Geweld vervangt inderdaad dikwijls politieke argumenten, zoals ook vele, al dan niet neoliberale, rechtse vrije marktregimes, zoals de VS of Europa, dag in dag uit bewijzen, tot schaamte van een groot deel van hun bevolking. En Vincente Fox is de nachtmerrie van de Zapatisten, de slippendrager van de neoliberale krachten en bovenal de man die geleerd heeft te regeren met een grote glimlach, een begrijpende blik en een goede mediastrategie. Zijn doordeweekse politiek bestaat uit het privatiseren van alles wat zich daartoe leent, zonder enige vorm van sociale bekommernis. In schril contrast met het Venezuela van vandaag, waar men toch de ambitie heeft om in een tijdsspanne van 10 jaar een paar miljoen mensen te alfabetiseren.

En in Venezuela staat één ding alvast als een paal boven water. Er is persvrijheid, want je kan zonder enig probleem de nummer één van de staat dagdagelijks door het slijk halen. Dat is het favoriete tijdverdrijf van vele rechtse columnisten en vele televisiekanalen, dus hun beweringen van een dictatoriaal bewind zijn dan ook met vele korrels zout te nemen.
Maar Chavez geniet een enorme steun bij de bevolking. In de straten neurieën mensen liedjes over de revolutie, ze vragen me wat ik van Venezuela vind, en ik lees de fierheid over Chavez die het daar allemaal eens gaat zeggen in Mar Del Plata, tegen Bush en al die anderen, in hun ogen. Want dat is natuurlijk wel waar. Chavez is, binnen de limieten en met de spelregels van de parlementaire democratie, democratisch verkozen en vertegenwoordigt in die zin net zoveel en waarschijnlijk veel meer “het volk”, dan de partijen van vroeger. Dus hun giftige opmerkingen over het feit dat Chavez Venezuela niet vertegenwoordigt, gaan natuurlijk op voor eender welke partij die aan het hoofd staat van een land. En wat zijn populisme betreft, of eventuele dictatoriale neigingen, moeten we kijken wat de toekomst brengt. In de straten merk ik niets van een dictator. Er hangen geen duizenden beeltenissen van Chavez en de “vrije reclame” is veel alomtegenwoordiger dan de slogans van de revolutie. En vandaag is het onmiskenbaar dat Chavez in Latijns-Amerika een bres geopend heeft in de “consensus” rond het discours van de vrijhandel en het project van de ALCA, een bres waar verschillende andere staatshoofden overigens in meestappen, en niet alleen Castro.
En daar worden de rechtse krachten héél nerveus van.

caracas2

De buitenwijken van Caracas klimmen de heuvels op en gaan van heel chic naar sloppenwijk en het contrast tussen arm en rijk is hemeltergend. De juwelen lopen naast de gescheurde kleren. Er is hier ook een heel levendige hiphop-cultuur in de straten, met veel liedjes over de revolutie en jongens die ongelofelijke toeren uithalen met hun lijf. Overnachten in Caracas is vrij duur en ik zocht uren naar een goedkoper hotel, waardoor ik natuurlijk in de rosse buurt terechtkwam, waar de prijzen maar half zo duur zijn, maar waar mensen ook dikwijls maar voor een paar uurtjes een kamer nemen… Had ik eerst niet door, maar daarna moest ik algauw vrouwen en pooiers van me afslaan. In een bar, die er normaal uitzag en me begrijpend was aangeraden door de oude vriendelijke, maar licht beschonken hoteleigenaar, kwamen de weelderige boezems na twee minuten al op mijn schoot zitten. Dus uiteindelijk heb ik maar een biertje op mijn kamer gedronken, terwijl de nachtelijke geluiden zich af en toe door de kartonnen kamermuren boorden. De volgende dag zette ik me in de hete namiddag op een terrasje met wat standing, om wat op mijn gemak te zitten zoals het Europeanen betaamt, en ik werd weeral dadelijk belaagd door een vamp op cocaïne of heroïne of op alletwee tegelijk. Ze kwam het terras opwaggelen en voor de potige obers konden reageren, zette ze zich naast mij neer alsof ze mij al jáááren kende.

“Mi amor, gij hebt schoon ogen, ik zou zo met u vrijen!”
“Jaja, dat is uw werk,” zei ik, terwijl ik een uitweg zocht.
“Neenee, ik betaal alles, gij zijt zo schoon, België, ik hou van België! Ik betaal. Ik ben rijk, euforisch, ik heb een club, wil je caramel? Cocaïne?”
Ze keek wat wazig uit haar ogen die ze zo dicht mogelijk tegen de mijne wou krijgen, terwijl stijve juwelenfamilies links en rechts van ons geïnteresseerd het gesprek probeerden te volgen.
“Nee, ik moet niks, alleen een biertje.”
“Ah, todo naturel. Entonces, wat zal het worden? Ja of nee? Gaan we vrijen, kom, ik roep de taxi! Kom België, kom! Ik ken Caracas op mijn duimpje!”
Ze likt met haar tong haar lippen af, die in mijn richting tuitten tussen een berg blonde krullen, een bruine huid en groene ogen. Ze stak mijn boek in haar handtas en vertrok, terwijl ik aan het betalen was en we links en rechts werden aangegaapt door de juwelenfamilies met koffie en ijs. Tssss. Ik moest wel volgen. Ze was weg met mijn boek! Galeano dan nog, van het beste dat Latijns-Amerika te bieden heeft. Ik haalde haar in, nam mijn boek en plaf, voor ik het wist een kus op mijn lippen. Nondedju. En daar stond de helft van de juwelenfamilie al recht om te kijken hoe het zou aflopen, waarschijnlijk fezelend dat dat in de tijd vóór Chavez toch geen waar was, zo’n dingen. En dan nog met een gringo! Dat zou de al verzuurde relaties met het westen vast en zeker niet ten goede komen. En ik zei adios en begon te rennen om Cordelia, zo heette ze, kwijt te geraken, voor ze met dezelfde flair mijn boek in een taxi kon gooien. Gelukkig was ze toch al zo gebakken dat ze niet meer op één lijn kon lopen. En gelukkig riep ze niet : “Houdt de dief!” Want anders kreeg ik nog politie achter mij aan voor het stelen van mijn eigen boek…

ciucadbol1

Ciudad Bolivar is dus, voor mij, veel aangenamer dan Caracas, en ligt ontspannen te bruinen aan de hele brede Orinoco-rivier.

ciudadbol2

De mensen zijn heel open, de huizen hebben alle kleuren, ik word niet achtervolgd en aja, de koffie in Venezuela is van de beste ter wereld. Zonder twijfel. Ik sta te trillen van de cafeïne. En ook van een lamp. Na lange kaaiwandelingen langs de Orinoco ging ik daarna onder een enorm ijzeren gebinte verse vis eten, laulau a la plancha. Heel lekker en de voorlaatste hap en wham! Op twee meter van mij was er een enorme lamp losgeslagen van het dak. Vijf meter lager vloog die uit elkaar tussen gillende mensen, gelukkig zonder gewonden. En mijn bord lag er, op het laatste blaadje sla, een enorme bestofte scherf.

chavez

Ik heb het gevoel dat ik Venezuela eens op een ander moment moet bezoeken, want nu lijkt het toch niet echt te lukken.

Morgenvroeg sta ik al aan de grens met Brazilië, op weg naar Boa Vista, en op 11 november moet ik een boot hebben in Manaus richting Santa Isabel voor een verblijf in het regenwoud, vlakbij het gebied van de Yamomami. Ik hoop dat ik die boot haal en dan denk ik dat ik pas binnen een week of twee, drie nog eens wat woorden en beelden toon. Ben benieuwd! En na die ervaring zal ik normaal gezien net op tijd in Bolivia toekomen om de verkiezingen aldaar mee te volgen.

Eigenlijk ben ik al maanden de koning te rijk.

Tegucicalpa – San Salvador

Thursday, November 3rd, 2005

De grootsteden van Centraal-Amerika zijn over het algemeen niet echt om over naar huis te schrijven. Zo mooi de landen zijn, zo lelijk zijn hun grootsteden. Guatemala stad, Tegucicalpa, San Pedro Sula, San Salvador. Open wonden van beton en ijzer en schreeuwerige reclame met slapende bedelaars ervoor. Overdag hier en daar gezellig bevolkte doolhoven van geur en lawaai. Maar vanaf de zon verdwenen is, sterven de straten snel uit. De leegte gaapt je langs alle kanten aan en als je geluk hebt vind je nog een hapje in één of andere fastfoodkeet. Als je geen auto hebt, moet je wel een taxi nemen. Anders zou men je nog kunnen neerschieten op verdenking van crimineel gedrag. Wie gaat er nu ‘s nachts te voet! Alleen overvallers en mensen die niets te verliezen hebben.

Vorige week bevond ik me bijna drie dagen in Tegucicalpa, de grauwe hoofdstad van Honduras, in de bureau’s van een frisdrankenvakbond. Beton, koude vloeren en Che Guevara keek me overal aan, tot in de WC’s. Het complex bevond zich naast de oprit van een autostrade. Hier was ik met de mensen van Copinh beland voor een ontmoeting tussen organisaties uit Honduras en El Salvador. Een ontmoeting over het leefmilieu en dus over de strijd tegen de op til staande mega-projecten van het Plan Pueblo Panama en andere, zoals bijvoorbeeld open mijnbouw-projecten en toeristische megacomplexen. Een zoektocht naar meer onderlinge uitwisseling en gezamelijke strijd.

De aanwezigen schommelden naar goede gewoonte weer tussen communistische syndicalisten en geëngageerde priesters die werken in de lijn van de bevrijdingstheologie. Die twee groepen blijken hier wel meermaals vruchtvolle samenwerkingen op poten te zetten. Op het einde van de ontmoeting werden we nog bezocht door de ambassadeur van Cuba, die, volledig in de lijn van Fidel, niet kon ophouden met praten. De enige aanwezige vrouwen waren van Copinh, ik was zelfs de enige man van de vierkoppige delegatie van de Lenca-indianen. De andere groepen waren exclusief mannelijk, zoals we dat van priesters en syndicalisten spijtig genoeg kunnen verwachten. Maar Berta Cacéres van Copinh spreekt zonder problemen vijf mannen tegelijk onder tafel en verdedigt het standpunt van de inheemse volkeren als een wolvin die zich heeft vastgebeten in één of ander koloniaal dijbeen.

Gustavo, een hele dikke buik van de frisdrankenvakbond met een petje van Che, opende wijdbeens de vergadering. Zoals dat hier wel meer de gewoonte is, sloeg hij met de vuist op tafel en zei hij : “Compañeros, bienvenidos! Compañeros, ik zal beginnen met een persoonlijke ervaring. Vorige week bezocht ik een dorp in Olancho en een oude man vertelde me dat de vertegenwoordigers van één van onze twee grote nationale leugenpartijen waren langsgekomen. Ik weet niet meer welke van de twee, de rode van Mel of de blauwe van Pepe Lobo, maar dat doet er eigenlijk niet echt toe. Ze brachten een gelegenheidsbezoekje, zoals dat men dat noemt. En met de verkiezingen die voor de deur staan, hadden deze mannen latrines aan het dorp beloofd, een hele hoop latrines voor het hele dorp. Ze vroegen zelfs waar de dorpelingen ze liefst neergepoot zagen. En de oude man toonde me waar ze zouden komen en zei me : “Maar Gustavo, wat moeten wij met al die latrines, we zijn in de loop der jaren nagenoeg al onze gronden kwijtgeraakt, en we eten nog nauwelijks. Dat ze hun latrines elders gaan neerpoten, wij kakken toch bijna niet meer”.”

Het zijn hier overal dezelfde verhalen die naar boven borrelen. Op til staande megaprojecten, beloften van ontwikkeling en werkgelegenheid, met als triestige eindbalans het privatiseren, uitzuigen en vernietigen van grote stukken grond met een relatief kleine hoeveelheid beschikbare banen voor de plaatselijke mensen die daarenboven hun gronden zijn kwijtgeraakt. Op dit moment zijn het vooral de stuwdammen die enorm gepromoot worden om aan de enorme energiebehoeften van mijnbedrijven en maquila’s te kunnen voldoen. En vooral om het energiepotentieel te scheppen om in de toekomst nog veel méér bedrijven aan te trekken. Ten tweede het aanleggen van nieuwe wegen. Er zijn de verbindingen van noord naar zuid, van Mexico naar Panama, maar men wil ook bijvoorbeeld een nieuwe snelweg aanleggen van de kust van Honduras naar de kust van El Salvador. Het “Canal Seco”. Een doorsteek van haven naar haven die een alternatief moet vormen voor het Panamakanaal. Er is steeds meer weerstand tegen die al projecten die goed zijn voor de accumulatie van (buitenlands) kapitaal, maar allerminst voor de bevolking. De mensen zijn arm, maar als ze grond hebben, zullen ze niet verhongeren. Met alle beloften over werkgelegenheid en investeringen en vooruitgang, verliezen echter velen hun grond aan mega-projecten (dikwijls zonder enige vorm van vergoeding) en moeten ze in de grootsteden het leger armen gaan vervoegen.

Daarenboven creëert dit leger armen ook een onveilige situatie met verhoogde criminaliteit in de grootsteden. En die criminaliteit speelt flink in de kaart van rechtse politici. In Honduras en El Salvador staan de kranten vol van de “Mara’s”, groepen jongeren die voor niets terugdeinzen en mensen zouden vermoorden voor een GSM. Maar hun bestaan wordt in de kranten uitvergroot tot een nationale bedreiging. De straten zijn ‘s avonds leeg, de mensen sluiten zich angstig op, en waar angst regeert is er geen plaats voor open politieke discussie. De ultrarechtse Pepe Lobo zal in november in Honduras waarschijnlijk de verkiezingen winnen met de slogan “Werk en Veiligheid”. In Honduras lopen zo’n 10.000 politieagenten rond en daarbovenop 18.000 privé-bewakingsagenten met onduidelijke bevoegdheid en stevige shotguns. Pepe Lobo wil daar nog eens een schepje bovenop doen. Aan “veiligheid” wordt hier grof geld verdiend. Een nagenoeg lege etalage met vier hoesjes van gsm’s, niet meer dan dat, wordt hier bewaakt door zo’n onbeweeglijke snor met shotgun. Als je een bar binnengaat om iets te drinken, wordt je grondig gefouilleerd. En een bank stelt hier dubbel zoveel bewakers als bedienden tewerk.

In San Salvador hoorde ik dezelfde verhalen. De mensen spreken allemaal over het gevaar, het gevaar in de bussen, in de straten, overal kunnen ze je overvallen en neersteken. Alleen binnen is het veilig, of in de immense shoppingcenters tot sluitingstijd. De stad is leeg in de avond. Alleen afval dat door de straten waait tussen de mondeloze gevels en de helverlichte publiciteit. Echt een schrikbeeld. Hier en daar zijn er mensen die zeggen dat het allemaal overdreven wordt, dat er partijen zijn die belang hebben bij de onveiligheid. Er zijn ook mensen die beweren dat de politie in sommige wijken de Mara’s gewoon laat begaan. Dat ze zelfs akkoordjes sluiten. Of dat de Mara’s soms politie-agenten zijn… Dat ze alleen de rijke wijken bewaken en dat ze er belang bij hebben dat de armen binnen blijven. Dat de armen zich dan niet kúnnen organiseren.

Dat wordt soms gezegd.

Vandaag was het mijn laatste dag Centraal-Amerika. Morgen zal ik in Caracas toekomen. Nog zo’n enorme grootstad. Vandaaruit trek ik over land een stukje Zuid-Amerika door. Venezuela, Brazilië, Bolivia. Benieuwd wat ik er zal te zien krijgen en welke verhalen het “Land van Stoute Hugo” te vertellen heeft. Hugo zit nu trouwens samen met Grote George in Mar del Plata, Argentina, op de Top van de Amerika’s. Daar gaan ze touwtjetrekken over de ALCA. Naar goede gewoonte verzamelen de sociale bewegingen zich voor grote protesten en heeft men Mar del Plata omgevormd tot een versterkte vesting. Verschillende alternatieve radio’s in Buenos Aires werken samen in de live-verslaggeving van de protesten. Je kan ze live via internet volgen via indymedia Argentina of door hier te klikken.