Archive for the ‘Ah Latijns-Amerika’ Category

Potosi, stad van zilver en bloed

Sunday, January 22nd, 2006

potosi

Potosi, de stad die in 1546 ontstond aan de voet van de Cerro Rico, de rijke berg waar de Spanjaarden zilvererts aantroffen, heeft volgens Eduardo Galeano (in “Las venas abiertas de America Latina”) in de loop der eeuwen de levens van zo’n 8 miljoen Indigenas opgeslokt. Terwijl de stad al snel de rijkste en de grootste werd van heel Latijns-Amerika, met koloniale huizen waarin de fijnste gerechten werden geserveerd onder het geruis van de duurste stoffen, stierven de mijnwerkers als vliegen onder het onmenselijk zware werk. Het zilver werd vervangen door bloed ter ere en glorie van het Spaanse hof en de Europese banken, en niet in het minst die van Nederland en Vlaanderen.

mijnbedrijf

De hele berg is geperforeerd met gangen, kriskras door elkaar, en het zilver is er grotendeels verdwenen. Maar vandaag gaan er nog steeds mensen de mijnen in op zoek naar restjes zilver, koper en tin om eten te kopen of studies te betalen. Het werk is loodzwaar en alles gebeurd nog met de hand. De enige extra hulpkracht is het dynamiet waarmee grote stukken rots worden losgeslagen en de cocabladeren die gekauwd worden om langer te kunnen werken zonder vermoeidheid of honger te voelen.

mijnwerkers

Vroeger waren de mijnwerkers de revolutionaire krachten van Bolivia, maar vandaag de dag zijn de cocalero’s en de buurtwerkingen in El Alto of Oruro de politieke kracht van de mijnwerkers al een tijd voorbij gestoken. De grote staatsondernemingen zijn afgeslankt en de meeste mijnactiviteit bestaat uit kleine bedrijfjes die elk een eigen gang “uitbaten”. Vandaag leeft de stad weer een beetje op dankzij het toerisme. Je kan een van de vele kleine mijnbedrijfjes gaan bezoeken en een rondleiding krijgen in het binnenste van de berg, gewapend met een helm, een lamp en wat cocabladeren om aan de mijnwerkers en “El Tio” te schenken. El Tio, “oompje” of een afleiding van Dios (God), is eigenlijk de duivel. Bovengronds hebben de mensen schrik van de duivel, maar onder de grond beschermt hij de mijnwerkers. El Tio is de baas van de krochten en beslist over leven en dood. In het begin van elke hoofdmijngang staat een beeld van El Tio, een beeld waaraan geschenken gegeven worden om een veilige werkweek te vragen, of te bedanken voor het gevonden metaal. In zijn armen worden kleine flesjes straffe drank gelegd, in z’n schoot cocabladeren en rond z’n nek worden sigaretten gehangen.

el tio

Elk bedrijfje is georganiseerd volgens het principe van de zelfstandige ondernemer. De werkende werkgever neemt de winsten of de verliezen voor zich en neemt voor een bepaald bedrag onder zich een verantwoordelijke aan die op zijn beurt weer mensen aanneemt. De lagere werknemers krijgen een vast loon volgens de functie die ze uitoefenen en dat is gemiddeld zo’n 25 bolivianos per dag, oftewel een slordige 2,5 euro. Niets dus. Maar toch oefent dit loon op flink wat mensen nog een stevige aantrekkingskracht uit. Vele studenten komen in de mijnen hun studies betalen. Hieronder kruipt een werkende werkgever net uit z’n gang. Een man aan het einde van z’n loopbaan. Mijnwerkers die heel hun leven niets anders doen, trekken het over het algemeen niet veel langer dan 40 jaar. Grijze haren zie je in de mijn verschijnen onder het alomtegenwoordige stof, niet door de ouderdom.

gregorio

Grote mijnbedrijven hebben vandaag de dag wel wat beters te doen dan gangetjes graven. Dat is werk voor de armen die tevreden zijn met de restjes. Grote mijnbedrijven doen vandaag aan open mijnbouw. Ze graven gewoon hectaren grond weg en maken een enorme put in het landschap met grote machines. Daarvoor hebben ze heel veel electriciteit nodig. Daarom worden er overal stuwdammen gebouwd. En daarom moeten wereldwijd miljoenen mensen hun gronden verlaten. En de mensen die mogen blijven wonen drinken na een paar jaar chemisch vervuild water uit hun rivieren en worden ziek. En dan zijn de mijnbedrijven al weer weg om elders een put te gaan graven. Voor wat goud.

Bolivia schudt verleden af

Sunday, January 22nd, 2006

muurschildering potosi

In de eeuwenoude mijnstad Potosi spreken de muren, meer dan welke muren ook, over 500 jaar onderdrukking en moord op de oorspronkelijke bevolking van Bolivia. Miljoenen indigenas vonden in deze mijnen de dood, enkel en alleen om de schatkisten van Europa te spekken. Maar Bolivia lijkt zich vandaag op te maken voor een historische stap. Na jarenlange strijd door de sociale bewegingen, de cocaboeren, de mijnwerkers en de buurtwerkingen tegen de uitbuiting van de bevolking en de georganiseerde roof van de Boliviaanse natuurlijke rijkdommen, wordt ook een historische stap genomen tegen het structurele racisme dat nog altijd in Bolivia heerst. Voor het eerst in de geschiedenis van Bolivia (en heel Amerika) schopt een indigena het tot president, zoals hieronder op een drukbelezen muurkrant in Cochabamba te lezen valt.

bord in cochabamba

Er worden vele vergelijkingen gemaakt met de verkiezing van Nelson Mandela in de eerste dagen van het zogenaamde einde van de apartheid in Zuid-Afrika. Net zoals Nelson Mandela opeens internationaal applaus kreeg van de landen die jarenlang het apartheidssysteem getolereerd hadden, krijgt ook Evo Morales, Aymara en ex-cocaboer, nu plots internationale erkenning van landen die tot voor kort geen graten zagen in het feit dat de Boliviaanse inheemse bevolking nauwelijks kansen of politieke inspraak kreeg.

Maar de verkiezingsbeloften van Evo Morales lijken verder te gaan dan die van Nelson Mandela. Evo en zijn vice-president-met-het-intellectuele-imago Linera sturen niet alleen aan op een (gedeeltelijke) nationalisatie van de bodemrijkdommen, maar ook op een nieuwe grondwet voor Bolivia en een voorzichtige maar openlijke strijd tegen de privatisering en de wereldwijde neoliberale dogma’s.

debat asamblea

En om de grondwet de herschrijven, beloven ze een zo democratisch mogelijk proces om de Boliviaanse bevolking hierin te betrekken. Het idee is om tegen augustus een asamblea bijeen te roepen die zal bestaan uit vele vertegenwoordigers uit alle sectoren van de maatschappij om een voorstel tot nieuwe grondwet te schrijven. Er wordt in de sociale bewegingen van Bolivia al jaren voor dit idee gestreden en nu lijkt het erop dat de tijd rijp is. Her en der worden er debatten georganiseerd om verschillende mogelijke facetten van de nieuwe grondwet te belichten, en vooral, om de bevolking zo dicht mogelijk bij dit historische proces te betrekken.

Bolivia gonst van opwinding, zwelt van trots en hoopt op beter.

Subdelegado Zero is on the way…

Wednesday, January 4th, 2006

ezln

Mexico lijkt me ver weg. In september liet ik Chiapas achter me, maar vergeten is moeilijk. Zeker als de “Clown van Chiapas” weer op onnavolgbare wijze met een sinds lang aangekondigd nummertje uitpakt.

Terwijl Evo Morales via electorale weg een enorme overwinning behaalde en dezer dagen een mijnwerkershelm op het hoofd van Fidel Castro plaatst of samen met Hugo Chavez het hoofd buigt voor de tombe van Simon Bolivar, en terwijl miljoenen mensen uit sociale bewegingen in Zuid-Amerika verbaasd staan te kijken naar de enorme snelheid waarmee opeens een continentale bres wordt geslagen in een rechtse neoliberale politiek die de rijken steeds rijker liet worden ten koste van de miljoenen bewoners, moeten we nog afwachten of deze anti-neoliberale politiek haar beloften zal kunnen waarmaken. Landen waar de bewoners zichzelf niet organiseren in sociale bewegingen om de macht van onderop op te bouwen, blijven immers kwetsbaar voor politieke manipulaties door de politieke of economische elites. In die zin lijkt de situatie in Bolivia op lange termijn voor de politieke inspraakmogelijkheden van de bevolking een stuk veelbelovender dan bijvoorbeeld in Venezuela, waar links zich misschien wat al te onvoorwaardelijk aan de positie van Chavez heeft verbonden.

CCRI

In dit nieuwe Zuid-Amerikaanse politieke landschap komt Subdelegado Zero op de proppen. Een politieke parodie van het EZLN, met in de hoofdrol Subcommandante Marcos, in het land net ten zuiden van de VS, het Mexico dat alsnog geleid wordt door de neoliberale Vincente Fox. Maar het gaat verder dan humor alleen. “De Andere Campagne” neemt niet alleen de komende verkiezingen op de korrel, maar zal ook proberen gestalte te geven aan een zo breed mogelijke linkse tegenmacht. Marcos heeft hiervoor zijn trouw paard op stal gezet, heeft een helm over zijn bivakmuts getrokken, en is op een moto gekropen. Met een flinke knipoog naar de tocht die Che Guevara ooit ondernam, gaat “Subdelegado Zero” vanaf 1 januari 2006 proberen om woestijnen en bergketens te trotseren in de hoop om zoveel mogelijk mensen bewust te maken van het feit dat sociale bewegingen construeren belangrijker is dan eens om de zoveel tijd stemmen op een, al dan niet zogenaamd linkse, presidentskandidaat. De “Andere Campagne” is begonnen.

La Paz, onderbuik van de Andes

Wednesday, January 4th, 2006

Om een idee te krijgen van de indrukwekkende stad La Paz moet je naar El Alto gaan, de immense stad die zich op het gure en koude Altiplano naast en hoog boven La Paz uitstrekt. En daar in El Alto kan je letterlijk naar de rand van het Altiplano lopen.
de rand

Dan kijk je over die rand en je ziet een vallei tussen de sneeuwtoppen van de Andes, in dit geval een enorme kom gevuld met bakstenen en lawaai: La Paz.

la paz

En dan kun je voetje voor voetje aan je afdaling beginnen. Een afdaling waarin je in het begin evenveel honden als mensen tegenkomt en wat later bijna evenveel mensen als bakstenen.

la paz2

Een uurtje vallend slenteren tot je dichterbij het centrum terechtkomt om er te verdrinken in het verkeer. Maar in La Paz zijn de straten niet alleen verkeersaders zoals bij ons, maar ook permanente markten, eet- en drinkhuizen, politieke discussiefora en doolhoven van jewelste.

la paz3

Straten waar alles, maar dan ook alles, behalve misschien straaljagers en watervallen, verkocht wordt. Er is zelfs een heksenmarkt waar je opgezette padden kan kopen om je te verzekeren van succes en rijkdom. En in deze heksenketel van koopwaar gistte ook de verkiezingsgekte. Maar op de dag van de verkiezingen, 18 december, was zowel de verkoop als het gebruik van alcohol verboden als elke vorm van gemotoriseerd verkeer. Dat resulteerde in straten die veel rustiger waren dan normaal. Gezien de vele hoogteverschillen in La Paz zal 18 december door veel jongeren herinnerd worden als dé feestdag van het jaar. Met een skatebord haal je in La Paz flinke snelheden en breek je gegarandeerd een paar records of je nek.

skate

El Alto, Teatro Trono

Wednesday, January 4th, 2006

meisjes

In Ciudad Satelite, een wijk van de immense stad El Alto die uitkijkt over de vallei van La Paz, bevindt zich een vreemd gebouw dat helemaal is opgetrokken uit recuperatiematerialen van oude koloniale woningen. Het is de zetel van de Comunidad de Productores de Arte (Compa), waarin naast theater (Teatro Trono) ook aan klassiek ballet, rock, acrobatiek, pottenbakken en fotografie gedaan wordt. Het gebouw herbergt ook een onafhankelijke cinema. Daarenboven bezitten ze een “teatro camión”, een vrachtwagen die zichzelf kan openvouwen tot een mobiel podium waarmee ze het hele land kunnen doortrekken.
Het culturele leven en de mogelijkheden voor jongeren zijn eerder schraal in Bolivia. Zeker voor de jongeren van El Alto, de armenstad die op 4000 meter hoogte boven La Paz uittorent. Maar dit El Alto blijkt een broeikas te zijn voor nieuwe initiatieven. Naast de enorme organisatiekracht van de plaatselijke sociale bewegingen die in staat zijn om bij protesten het lager gelegen en rijkere La Paz volledig lam te leggen, wordt er hier ook koortsachtig gezocht naar een herbevestiging van de heel eigen identiteit van de oorspronkelijke bewoners van de Andes, de Aymara en de Quecha, die door de rijkere latino-bevolking van Bolivia al eeuwen worden geminacht. De indigenas konden tot voor kort misschien wel rijker worden, maar politieke of culturele inspraak was niet voor hen weggelegd. Net zoals in bijvoorbeeld Guatemala het geval is, mogen ze wel fleurig op toeristische folders paraderen om het culturele kapitaal van Bolivia te representeren voor toeristen op zoek naar exotisme, maar daar houdt het dan ook bij op.
Iván Nogales, één van de verantwoordelijken, stelt dat Compa kunst van de uitgeslotenen maakt om het cliche te doorbreken dat schoonheid en kunst een privilege zouden zijn van de hogere klassen. En af en toe eens goed lachen met de stompzinnige ijdelheid van de macht, kan aan jongeren ook een gezond politiek bewustzijn meegeven. Hieronder wordt het eeuwenoude sprookje “De kleren van de keizer” opnieuw gespeeld op een marktplein van El Alto. De ijdele keizer merkt dat hij naakt voor zijn onderdanen staat.

kleren van de keizer

Het theaterwerk van Compa wordt flink beïnvloed door de theorieën van de Braziliaan Augusto Boal die door theatertechnieken de uitgeslotenen en onderdrukten (boeren zonder land, daklozen, huisvrouwen) bewust wilde maken van hun eigen positie, waardoor ze ook de strijd tegen die positie kunnen aangaan. De bedoeling van dit “theater der bevrijding” is om oplossingen te zoeken voor psychologische en politieke problemen. De inwendige onderdrukking is immers doorgaans veel invloedrijker dan de externe. De slaaf maakt de meester tot meester door slaafs slaaf te blijven.

theater