Archive for the ‘woorden zonder papieren’ Category

Belgica

Saturday, April 1st, 2006

noordzee

Belgica is een klein land aan de Noordzee, met vier seizoenen, voornamelijk bevolkt door ondernemende blanken, alhoewel er de laatste tijd onder vele tafels nogal wat migratie uit het zuiden toestroomt. Kleine kruimeldieven, zegt men. Belgica mag ook een geschiedenis tot haar rijkdom rekenen, is tot onafhankelijkheid gedwongen in 1830 en heeft toen een koning cadeau gekregen. Die houdt van alle Belgicanen evenveel, vooral met kerstmis. Ook regent het af en toe zuur in Belgica en de mensen hebben er veel auto’s, drie landstalen en houden zielsveel van bouwen, alhoewel het grondgebied klein is.

strand

Tenslotte zijn er ook heel veel varkens en lege kerken, een vreemd ding in Brussel met blinkende ballen en hier en daar een oude boomgaard. De holle wegen daarentegen zijn het bijna afgebold, de ooit zo kriepende karrewielen hangen dood aan de al te talrijke villagevels en het vierarmenkruispunt is nog steeds verstopt. Laatst waren we er even, de kust was vrij, koud maar zonnig met een middeldrukgebied, we voelden er ons thuis.

strand

December in Brazilië

Sunday, December 4th, 2005

Denken aan iets. Of aan niets. Dat noemt men een ogenblik. Iets wat de hersenen op nog geen fractie van een seconde met de ogen inblikken. En soms is dat nog minder dan niets. Minstens een keer per dag. Er gaat dan ook geen dag voorbij of er gaat een dag voorbij. Dan wordt er ook altijd wel ergens wat goede orde verstoord. De dag voor eergisteren bijvoorbeeld. Een eerder kalme dag. In de ochtend zag ik nog de eenvoud en fruit en was er het geluid van een vlieg.

stilleven uit de amazone

Maar wat later op de middag was er eerst die boom die plots begon te zingen, uit volle korst, terwijl alleen een aap het opmerkte. Vervolgens die computer die aangestoken werd door een moordvirus, om vervolgens alles te vergeten en dan ook maar probeerde te zingen, maar iemand had de boxen al meegenomen. Dan die auto die zich opeens, in het midden van een dagdroom, zo sterk aangetrokken voelde tot een andere wagen, dat hij zich erin wou verliezen en ertegenaan beukte tot hun beider ingewanden bebloed op de weg lagen. Auto’s kunnen geen normaal verliefde blik uitwisselen. Tenslotte was er een postbode die op hogere leeftijd zelf begon te schrijven, en eigenhandig zwierige letters tekende om ze vanaf de dag voor eergisteren anoniem af te leveren bij huizen die doorgaans rekeningen aantrekken. Verhalen over deurwaarders die ook al begonnen te zingen. En toen was het hek helemaal van de dam. Een vrouw die plots, met een vreemd licht in haar ogen haar betweterige – jaja, dat zullen we nog wel eens zien – zetelbewoner verliet en binnen twee jaar een kind hebben zal van een zeeman met wie ze van tijd tot tijd bidt tot de maagd Maria en, stapeldronken van zijn zilte adem, een kroeg opent in een havenstad van West-Afrika. En er was een president die zich opeens niets meer herinnerde en varkens begon te kweken op het geërfde stukje grond van grootmoeder zaliger. Zeker iemand die daar binnenkort een bekroonde documentaire over maakt, getiteld “Onze president regeert over varkens”. Ook nog een oude man die verhalen begon te vertellen in een vliegtuig boven de Amazone, gebeurtenissen van 500 jaar geleden die niemand nog gelooft. Iemand die luisterde. Een televisiekanaal dat de dag voor eergisteren de verkiezingen verloor en daarna van deur tot deur zeep begon te verkopen. Een visser die tussen twee oorlogsbodems het gouden halssnoer van zijn overleden vrouw opviste en bij thuiskomst zijn vrouw aantrof die zwijgend drie soldaten in de soep draaide. Een jongen die glorieus gezakt is voor zeven vakken en drieduizendhonderdtweeënvijftig dagdromen. Iemand die plots aan niets dacht. Een boodschappenlijstje dat altijd maar langer werd, een winkelkarretje dat alleen maar naar links draaide en een kassierster die zichzelf in superpromotie op de band legde. Een zak zand (100% Rein Zand) die hooghartig weigerde zich te vermengen met ordinaire cement PPZ30. Een vogel die heel belangrijke en gewichtige papieren wist te pikken en daar een luchtig maar warm nestje mee bouwde. Een wetenschapper die de dag voor eergisteren op hogere leeftijd nog een kind wilde, maar daar geen argumenten meer voor vond. Een oorlog die weigerde uit te breken alhoewel, volgens de generaals, alle omstandigheden aanwezig waren. Iemand die dat onderzocht en zo in de soep van de overleden vrouw van de visser belandde. Een orkaan die de sloppenwijk het plaatselijke winkelcentrum binnenblies, zodat enkele overlevenden gevonden werden tussen het kinderspeelgoed en dadelijk door de politie ingerekend werden op verdenking van plundering.

Je kan het zo gek niet bedenken of het gebeurt. Je kan het zo gek niet bedenken of je kan het ergens tegen het lijf lopen. In Porto Velho, een stad in het zuiden van Braziliaanse amazonegebied, kwam ik op weg naar Bolivia een sneeuwman tegen, helemaal opgetrokken uit plastieken flessen. Een gevaarte van wel acht of negen meter hoog, bloedheet blinkend in de zomer van het zuidelijk halfrond.

sneeuwflessen

Stel je voor dat je dat moet uitleggen aan een buitenaards wezen dat net geland is in Porto Velho en met wie je kan communiceren omdat haar taalje toevallig heel dicht tegen het Brussels uit de Marollen aanleunt.
Ze stelt zich voor als Goedaardig Buitenaards Wezen en jij stelt je voor als Goedaardige Reizende Belg.
Ze wilt van je weten of de enorme sneeuwman een afgodsbeeld is.
Je zegt nee. En ze vraagt natuurlijk wat het dan wel is.

Je zegt. Luister. Dit is een sneeuwpop. Sneeuw is bevroren water in ijskristallen gevormd hoog in de atmosfeer die bij winterweer op de aarde vallen en daar soms blijven liggen. Alles is dan wit. Hier in Brazilië is geen sneeuw, maar in het noorden wel en kinderen rollen daar soms sneeuw op grote ballen en maken dan sneeuwpoppen met een wortel als neus. De sneeuwpop is dus typisch voor de maand december, want dan is het winter in Europa. Maar ze zetten hem hier ook in december in Brazilië, waar ze lege flessen gebruiken omdat het hier dus nooit sneeuwt, omdat ze er ook Kerstmis vieren en Kerstmis is een religieus feest dat haar wortels heeft meer dan 2000 jaar geleden, niet toevallig aan het begin van onze tijdrekening, de christelijke tijdrekening, in een land genaamd Palestina, nog zo’n land zonder sneeuw, of Israël, ook al geen sneeuw, er is daar al jaren een bezetting aan de gang, aan de Middellandse Zee, waar Jezus geboren werd, die door velen beschouwd wordt als de zoon van God, en later is het herdenkingsfeest van zijn geboorte, ook het feest van het licht genaamd, want de dagen beginnen dan in Europa weer te lengen, weliswaar niet in Brazilië, is dat feest dus veel in Europa gevierd, vooral in Europa gevierd, en dat viel daar dan samen met het moment waarop kinderen sneeuwpoppen kunnen maken, en dus later als de Europeanen, tussen alle andere continenten door, ook bloeddorstig Zuid-Amerika veroverd hebben, en miljoenen mensen over de kling hebben gejaagd, en goud zochten, en zilver, en rubber, en al het land inpalmden, en mekaar afmaakten, hebben ze, naast een hele hoop ziektes, ook kerstmis meegenomen en veel later ook dingen als coca-cola en de sneeuwman. Dus maken ze hier nu om kerstmis te vieren in de hete maand december sneeuwmannen van lege coca-cola flessen. Omdat die gratis zijn als ze leeg zijn, zoals sneeuw als die valt. Zoiets. Het toppunt van kolonisatie. Dat zeg je dan. En je vraagt je dan af of dat Goedaards Buitenaardig Wezen er iets van begrepen heeft.

Maar ze kijkt nogal scheel. Kunde gij da nie nog ne keer repeteren, manneke? Je zegt. Allé, bon, het is een afgodsbeeld. Ze knikt. Da haddekik welal gedoecht, kadeeke. Zegt ze tevreden. En ze krabbelt driftig in haar notitieschriftje in de lijst van “Primitieve Afgoderij Planeet Aarde”.

Grote Man,
Lege Flessen genaamd Coca-Cola,
Sneeuw,
Europa.

Al 20 jaar Chixoy

Tuesday, October 25th, 2005

stuwmeer

Alles groeide op onze grond, maar het water van onze rivier stierf en steeg naar de sterren en onze bergtoppen werden eilanden in een nieuwe zee die electriciteit maakt die we nooit gebruiken zullen. Voor we verdronken hebben we gestreden en onze doden zijn tussen onze levenden gevallen, levenden die daarna levende doden werden, geesten die ‘s nachts terugkeren naar waar we ooit woonden en over het water zweven tot we wakker worden. Zonder huis, zonder grond, zonder de weg en het water waarlangs we ooit mais droegen en ons wasten, elkaar in de ogen keken of overkop gingen omdat één kreupele fiets geen drie mensen bergaf kan rijden. Bijvoorbeeld en ook omdat we het ons nog herinneren. Of waar we langzaam ouder hadden kunnen worden, met wat rimpels en bonen drogend in de zon. Maar de wereld is ondergelopen.

Misschien komen er ooit nog mensen boven de hoofden van onze doden snorkelen, als de koraalriffen afgestorven zijn, en er geen Maya’s meer zijn, en één of ander groot toeristisch bedrijf ons dorp op de bodem van het stuwmeer gereconstrueerd heeft zodat toeristen al snorkelend de schatten uit het verleden kunnen aanschouwen. Oude knokige kleurrijke dingen die gezonken zijn. Voor altijd mooi. Net echt.

Contactgestoord

Friday, August 19th, 2005

Geen realiteit beschikbaar. Voor meer details, klik HIER.

Marimba

Friday, August 12th, 2005

‘s Nachts hoor ik het hier, melodieën, een beetje lichtvoetig, marimba ofzo.

Soms is het zo stil dat de honden er gemakkelijk boven blaffen. Zo stil dat de auto’s erover rijden. Maar dan nestelt het zich weer in je oor, verdovend, je gaat er wat van staren. En op een hoek van de straat, waar je alle kanten opkan, daar trekt die melodie je mee. Je hebt niet eens door dat je er al heel lang naar luistert. Soms volg je iemand die het zingt, soms krijg je neurieënd gezelschap. De noten verspreken zich en het ritme verspringt.

Ik weet niet of jullie die melodieën daar soms horen. Vastberaden klinken ze, maar dan zonder woorden. Aangenamer, als zacht trillende snaren in je maag. Ze hebben veel te verliezen als niemand luistert. Dan nemen de honden op bevel van de bazen de straten in. Om de cijfers te bewaken.

Ik weet niet of jullie ze soms horen. Oproerkraaiers op toonladders. Ze komen doorgaans van links geklaterd in een gore glimlach, met van die valse twinkelingen in hun ogen en kranten tussen hun tanden en arm in arm vegen ze daar dik hun voeten aan. Ze dansen graag alleen, maar in groep kan het ook.

Ik denk dat jullie ze kunnen horen. Ze verstoppen zich bij voorkeur in de hoofden van mensen die alles te winnen hebben.