Archive for the ‘amazonia’ Category

Het WeidsWaterWoud

Saturday, December 3rd, 2005

rio negro

Ik heb een heel mooie reis gehad in het regenwoud. Groen, groen, groen en groen. Het is groenig in het oerwoud en het groeit. Het is doodstil en je hoort een blad vallen en dan plots is er een hoop opwinding en je weet niet van wat. Een westerse stedeling weet nooit van wat in het oerwoud. Je weet niet waar de vissen zwemmen, waar de noten vallen of de tapirs drinken. Je moet gewoon bij in de boot stappen en volgen wie voor je loopt. Een geweer hoef je gelukkig niet vast te nemen. Het is immers niet nodig om per ongeluk de gids neer te leggen.

op tocht

boom

op jacht

Ik bevond me op de Rio Maraua naast het enorme reservaat van de Yanomami. De laatste groep der inheemse volkeren van het regenwoud die in contact kwamen met de “beschaving”. Het reservaat is werkelijk enorm en sterkt zich uit tot in Venezuela. Het is gecreëerd in de jaren ’90, officieel om een halt toe te roepen aan de goudzoekers en de vernieling van het regenwoud en ter bescherming van de cultuur en de leefwereld van de Yanomami. Niemand kan het reservaat zomaar in.
Vroeger woonden de Yanomami diep in het woud, maar ze vestigden zich druppelsgewijs aan de rivieren. Voornamelijk daar naartoe gelokt door de missionarissen die geen zin hadden om een missiepost in het midden van de jungle op te zetten. Door nieuwsgierigheid, geschenken en onderlinge vetes zakten een aantal groepen af tot heel dicht tegen Santa Isabel, aan de rand van het reservaat. Bicho Acu is de gemeenschap die aan de rand van het reservaat ligt en die ik kon bezoeken met de aangename bemiddeling van Anne, een francaise die al jaren in de regio woont, Octavio, Yanomami en haar vriend, en Casiano, Yanomami en mijn excellente en aangename gids gedurende mijn verblijf. Alledrie wonen ze in Bicho Acu.

De Yanomami leefden vroeger nomadisch in groepen van een aantal families in het oerwoud, waarbij ze om de zoveel tijd een nieuwe nederzetting opbouwden. Een nederzetting in een cirkel, een soort afdak met in het midden een open plaats. Ze leefden tot voor kort (twee generaties geleden) uitsluitend als jagers-verzamelaars. Het is nog maar recent, sinds ze aan de rivieren wonen, dat ze volop zijn beginnen vissen. Voor de rest hebben ze nu ook een aantal maniokplantages.
De Yanomami snuiven nog steeds Parica, het geestverruimende gruis van de vrucht van een boom of de schors van een andere boom. Het wordt krachtig in je neus geblazen en het pikt en je ogen tranen en je gaat ervan hallucineren bij grotere hoeveelheden. Je gaat er, naar het schijnt, een andere wereld zien, bevolkt door geesten. Zeggen ze. Soms rent er iemand, na snuiven, zomaar wildverloren het woud in om er zich letterlijk en figuurlijk te verliezen. Zei men me. Maar tegenwoordig neemt de destructievere drugs alcohol meer en meer terrein in, alhoewel de Yanomami officieel niet mogen drinken. Maar ja, verboden vruchten smaken veel beter dan de andere vruchten. Maar dat alcohol desastreus is voor vele inheemse volkeren heb ik in Centraal-Amerika duidelijk gezien.
Ik nam maar een beetje van die Parica, door Octavio in elk van mijn neusgaten geblazen. Even een licht gevoel in mijn hoofd, dat was alles. Maar ik wou dan ook maar een heel klein beetje. Casiano daarentegen nam vele handenvol die hem een tijdje “onklaar” maakten.

bicho açu

parica

Reservaten poetsen het imago van Brazilië op voor binnen- en buitenlandse strijders voor het regenwoud, de linkerlong van planeet aarde, en de rechten van de inheemse volkeren. Maar er horen wel wat kanttekeningen bij. De Yanomami zijn geen “eigenaars” van het reservaat. Ze hebben het “vruchtgebruik van de oppervlakte”. Alles wat eronder zit is en blijft eigendom van de Braziliaanse staat. En er zit heel veel onder. Voor Brazilië is het een stevige appel voor de dorst. Daarenboven kunnen door het afdwingen van het reservaat de individuele goudzoekers geweerd worden, waardoor de rijke reserves aanwezig blijven. En net zoals Mexico ook enorme stukken grond aan een klein groepje indigenas toevertrouwde, schenkt zo’n overeenkomst aan de Braziliaanse staat een makkelijke taart om later aan te snijden. Ze moeten immers enkel onderhandelen met een groep indigenas waarvan ze de cultuur zo goed beschermen dat die grotendeels ongeletterd of onwetend blijven. De Yanomami mogen immers het reservaat niet uit zonder speciale toestemming en worden dus opgesloten als kostbare kasplantjes. Hun gronden worden een beetje hun gevangenis in een wereld die ze niet beter mogen leren kennen. En dat dit een volkomen paternalistische houding is, behoeft geen verdere uitleg. Alsof cultuur stilstand en isolatie zou zijn en negatie van ieder contact en uitwisseling.
De Braziliaanse NGO die zich bezig houdt met de Yanomami zou spijtig genoeg geen projecten hebben om de Yanomami weerbaarder te maken ten overstaan van toekomstige problemen. Hun fondsen worden, volgens Casiano en Octavio, vooral vertaald in eigen werkingskosten en de bouw van een grotere zetel in Santa Isabel.

meisje

haraku

Wat dan weer wel toegestaan is, is een economische hulp (bijvoorbeeld van een kandidaat net voor de verkiezingen), waarbij de Yanomami steeds afhankelijker worden van giften en hun vroegere solidaire samenlevingsverbanden verdwijnen. Men droomt van een televisie en maakt indruk op elkaar met bijvoorbeeld horloges. Maar wie heeft er nu een klok nodig om te gaan vissen? Moesten ze nu nog tenminste langer kunnen studeren… Cynische situatie.
En in de dorpen verder van Santa Isabel wordt een gevangen tapir nog altijd verdeeld onder alle bewoners, terwijl de jagers van Bicho Acu het vlees van de tapir gaan verkopen in Santa Isabel en het geld voor zichzelf houden en uitgeven aan luxe-producten.

uitzicht

waterval

vissen

De tijd die ik met Octavio, Casiano en Anne doorbracht, was heel leerrijk en aangenaam. En het oerwoud is adembenemend. Na enkele dagen had ik al het gevoel dat Manaus vijf melkwegstelsels verder lag, om van België nog maar te zwijgen.
Ik heb ook een piranha gevangen, dat kan ik niet verzwijgen. Je moet een kleinere gevangen vis aan een grote haak hangen en die zo ver mogelijk vanop een of andere steen in de rivier in een stroomversnelling smijten en dan de lijn weer naar je toetrekken. En opnieuw en nog eens. Als er piranha zit, zal die vroeg of laat bijten. Nooit gedacht dat ik dat nog eens zou doen. Heel lekkere vis.

piranha en haraku

laguna

vreemd huis

eten

Hier en daar in de jungle zijn resten van koloniale bouwwerken te vinden, al dan niet gretig overwoekerd door het groen. Hieronder een toren aan de Rio Negro die ooit als controlepost zou gediend hebben voor de rubbervrachten. Vroeger was rubber het belangrijkste exportproduct van Brazilië. Tot de Engelsen zaden van de rubberboom konden buitensmokkelen en succesvolle plantages begonnen in Maleisië. De rijkdom van het Braziliaanse rubber storte in elkaar en de Portugese handelaars moesten zich op andere zaken toeleggen.
We bezochten ook een eiland waarop een leeg oud koloniaal huis staat en achterin tussen de bomen ligt een eenzaam scheefgezakt graf. Deze Portugees woonde er alleen en zijn resten liggen er alleen. Er was tijdens ons bezoek een opzichter van het eiland en het huis aanwezig (dat blijkbaar beschouwd wordt als cultureel erfgoed) die ons vertelde dat ‘s nachts, als hij in zijn huisje verderop in zijn bed ligt, de geest van de handelaar weer in het koloniale huis rondzwerft. En dat je dan het geld hoort klinken, zijn verzamelde geld dat hij elke nacht verbeten opnieuw telt. Klingkling, klingkling.

overwoekerde portugezen

En in het regenwoud, op de zwijgzame Rio Negro, zie je alles dubbel, zoals die dubbelgevouwen verfpapieren uit de papschool, maar dan in het adembenemende echt.

spiegel3

spiegel1

spiegel2

Tijdens langere gesprekken, moest ik horen dat de grootvader van Octavio, een Yanomami, en de vader van Tomais, een caboclo, elkaar nog bloedig bevochten hebben met wederzijdse wraakacties. Hun kinderen gaan nu al samen vissen, maar het zijn de caboclos die op langere termijn de strijd gewonnen hebben. Ze kijken dikwijls neer op de inheemse volkeren (zoals de blanken op hun beurt neerkijken op de caboclos), en langzaam maar zeker wordt de kennis van deze laatsten hun leefwereld vervangen door televisie en alcohol.

Ik hoop dat de Yanomami zich ooit zullen kunnen verenigen, zoals de inheemse volkeren in Mexico, Guatemala en Honduras dat doen in hun strijd tegen wilde mijnbouw en de diefstal van hun gronden.

strand

avond

Drie dagen dromen naar Santa Isabel

Saturday, December 3rd, 2005

dromen

boten

In Manaus liggen veel boten, in het regenwoud zijn nauwelijks wegen, het water is de weg.

dagmanaus

Het was nacht bij vertrek. Op een boot in een hangmat slapen met zicht op elkaar, de inktzwarte nacht of, overdag, de oevers van het woud.

hangmatten

hangmatmeisje

Er is niet echt een maximum aantal pasagiers op de boot. Over op en langs elkaar hangen de lijven. Lichamen van heel jong en heel oud, man en vrouw, wakend en slapend. Doorwegend in hangmatten van allerlei kleuren, deinend in een boot die een lange tocht aflegt over een watermassa die van het begin der tijden lijkt te komen. Zo stil is het water, alsof het nog niet helemaal goed wakker is en alles nog meemaken moet. De diepten van de zeeën en het geweld van de branding tegen de rotsen zijn voor later. Hier glijdt het nog woordeloos voorbij, wekenlang kijkend naar de kleur groen. En wij gaan stroomopwaarts over die stilte langs dat groen. Wanneer de boot ergens zal aanmeren, wordt steeds bij benadering gezegd, dat hangt af van de zandbanken en de wisselende dieptes van de rivier. Maar het gestage geluid van de motor gaat de klok rond en elke ochtend is er koffie.

tweedeboot

Onderaan vanachter is de keuken met twee oerdegelijke koks die heel de dag in de weer zijn en moppen tappen en al de resten voor de vissen smijten. Er zijn net half zoveel borden als mensen, maar driedubbel zoveel eten. Na een tijd wachten en aanschuiven en kauwen, kan niemand nog een voet verzetten door de overdaad. Dat komt goed uit, want je kan toch geen voet verzetten. Dus siësta. Op de bovendek wordt ook, via sateliet, duchtig televisie gekeken.

dek

En naar links of rechts kijken. Na twee dagen lijkt het wel alsof de wereld alleen nog uit stil water en de kleur groen bestaat. En bijna elke oever houdt ergens op en plooit zich terug op een eiland. De breedte van de rivier laat zich alleen op een kaart vermoeden. Heel lang is er niets, bijvoorbeeld tussen koffie en middagbord, en dan zie je twee paalwoningen en een bootje en dan weer niets tot de boot ergens aanmeert aan een oever met een kerktoren en wat huizen om mensen, kisten en zakken uit te wisselen.

bootenbos

bootje

barcelos

gezonken

Drie dagen slapen, kijken en dromen. Na die drie dagen kwamen we toe in Santa Isabel. Onooglijke hoofdstad van de provincie. Stad van een handjevol blanken in sleutelposities, zoals eigenaar van winkel, burgervader of schooldirectrice. Een paar duizend caboclos, de mengeling van blanken en indianen met enkele hectoliters Afrikaans slavenbloed. Een plaats met een kerk, een schooltje, een administratief centrum, een enorm gebouw van de paters Salezianen, de politie, wat winkels met hoge prijzen want bijna alles moet van ver aangevoerd worden, wat cafés met duizenden volle, halfvolle en tot de laatste druppel geleegde flessen cachaça, de plaatselijke spotgoedkope sterke drank, mensen met koppen om ogenblikkelijk een carrière als portretschilder op te starten, bij valavond een strandje om te hangen, te voetballen, te zwemmen en te versieren, wat straalbezopen snurkende lichamen, bootjes, woonboten en andere voorwerpen behorend tot de familie van de woonbootachtigen, een houten sloep vol water en een triljoen muggen.

santa isabel

Tomais kwam mij oppikken en we voeren stroomopwaarts op een zijrivier van de Rio Negro, de Rio Maraua tot vlakbij de grens van het enorme reservaat van de Yanomami-indianen.

tomais

Daar kon ik dit afgelegen huis (met boeken) aan de Rio Maraua twee weken bewonen.

huis

Manaus

Saturday, December 3rd, 2005

brussel

Manaus lijkt soms op Brussel, zeker bij regenweer. Diezelfde uitgekiende zorg voor verhoudingen en contrastwerking, voor evenwicht tussen grijs blinken en kleurrijk verdrinken, voor mooie rommel. Maar Brussel ligt natuurlijk niet aan de Rio Negro, in het hartje van het Amazonewoud, en heeft ook geen paalwoningen of vlottende kaaien.

brussel2

‘s Avonds in de haven hangt de geur van aangevoerd vers fruit en vis en het licht glijdt langzaam wegdeemsterend over boten en kaaien. Terrasjes worden gevuld met dikke blote buiken die daarom nog met moeite kunnen biljarten en hangen de haventerrasjes er vol met schoonheden die wel weer erg wulps zijn. Een dikke Duitser vertrouwde me toe dat in Brazilië alles een beetje met prostitutie te maken heeft. “De meisjes hebben graag een cadeautje, versta je?” Even later geraakte ik aan de klap met een schoonheid die zo’n cadeautje wou en vroeg ik of ze aan het werken waren of gewoon, vrijdagavond, aan het uitgaan waren. Naïevelingen komen zo wel eens wat te weten. Het antwoord was : “Alletwee tegelijk, mi amor, er is een groot schip toegekomen, met veel toeristen uit Europa, en dan is er veel werk en dus is het feest”. En inderdaad, in de haven lag een grote cruise die de Amazone opvoer vanuit Belem. Een schip Europese mannen. De Braziliaanse mannen op het terrasje waren pooiers die, na wat beter kijken, langs de kant subtiele aanwijzingen gaven aan de meisjes. Linkslinks, die man rechts, wenkend als volleerde prostitutieregisseurs. Opeens vielen de kleuren weg, werd de muziek hol en het bier lauw. Als een theater waarbij het decor instort.

haven

markt

paalwoningen